Stolpersteine voor Maurits en Simon Hakker (Joods Weeshuis)

Stolpersteine
volgende stenen

Inhoud van deze pagina:

 

Plaatsing Stolpersteine 17 juni  

Op 17 juni 2026 werden Stolpersteine geplaatst bij het voormalig Joods Weeshuis, Roodenburgerstraat 1a, voor:

Maurits Hakker, geboren op 29 maart 1929 te Den Haag, gedeporteerd uit Westerbork op 18 mei 1943 naar Sobibor, vermoord op 21 mei 1943 te Sobibor

Simon Hakker, geboren op 24 februari 1933 te Den Haag, gedeporteerd uit Westerbork op 18 mei 1943 naar Sobibor, vermoord op 21 mei 1943 te Sobibor

De Stolpersteine van Maurits en Simon. Er zijn geen foto’s van de broertjes Maurits en Simon.

 

De stenen voor Maurits en Simon Hakker werden geplaatst door achternichtjes van de vader van Maurits en Simon.
De steen voor Maurits werd geplaatst door Renée Turksma en die van Simon door Marleen Turksma. 

 

Renée en Marleen plaatsen de stenen

 

Wout en Hennie metselen de stenen in de straat

Bij de stenen wordt een bloem en een steentje gelegd

 

 

Toespraak gehouden bij de plaatsing door Arnold Schalks (werkgroeplid Stolpersteine) 

De broers Maurits en Simon Hakker werden respectievelijk op 29 maart 1929 en 24 februari 1933 in Den Haag geboren in het gezin van Barend Hakker en Alida Bobbe. Ze woonden er aan de Scheldestraat nummer 109.

Barend Hakker had meerdere beroepen. Voor zijn huwelijksakte gaf hij ‘handelaar in manufacturen’ op als beroep, maar hij moet ook als schilder werkzaam zijn geweest. Het gezinsleven nam een dramatische wending toen moeder Alida ernstige gezondheidsklachten kreeg. Voor behandeling werd ze opgenomen in het Apeldoornsche Bosch, een Joods-psychiatrische instelling in het groen, net buiten Apeldoorn.

Het moet Barend moeite hebben gekost om zijn driekoppig een-oudergezin draaiende te houden. In de loop van het tweede oorlogsjaar besloot hij zijn zoons onder te brengen in het ‘Centraal Israëlitisch Wees- en Doorgangshuis’ ofwel het ‘Joodse weeshuis’ aan de Roodenburgerstraat 1a in Leiden. Op 15 februari 1943 werden Maurits en Simon in het bevolkingsregister ingeschreven op het adres van het Weeshuis, nog geen vijf weken voor de ontruiming.  Maar het accountantsrapport van het Weeshuis over het boekjaar 1942 met de daarin opgenomen verpleegkosten voor de broertjes Hakker, doet vermoeden dat ze al eerder in Leiden waren ondergebracht.

Op het moment dat Maurits en Simon officieel Leidenaar werden, was het lot van moeder Alida al bezegeld. In weerwil van de veronderstelling dat de nazi’s geesteszieken met rust zouden laten, ontruimden de Duitsers het Apeldoornsche Bosch in de nacht van 21 op 22 januari 1943 op brute wijze. Moeder Alida werd met 1.100 patiënten en personeelsleden op transport gezet naar Auschwitz, waar ze drie dagen later stierf in de gaskamers van het vernietigingskamp. Alida werd 39 jaar oud.

Ook in Leiden zat de bezetter niet stil. Het heersende geloof onder een deel van de Joodse bevolking dat weeshuizen veilige toevluchtsoorden waren, werd zo lang mogelijk gekoesterd. Maar in het weeshuis waren naaisters met een vooruitziende blik alvast begonnen om rugzakken voor alle kinderen te naaien uit het rood-wit gestreepte markiesdoek van het huis.

Op woensdag 17 maart 1943 hielp de bezetter de dromers ruw uit de droom. Rond zeven uur ’s avonds omsingelde een tiental agenten van de Leidse politie het weeshuis om op last van het Duitse gezag met de ontruiming te beginnen. Maurits, Simon en hun huisgenoten werd weinig tijd gegund om hun spullen te pakken. De dekens van hun bedden propten ze in hun gereedstaande rugzakken. Goede schoenen en warme kleren werden van levensbelang geacht. Voordat ze het weeshuis verlieten zongen de bewoners en het personeel nog eenmaal het Joodse volkslied.

De trein bereikte Westerbork in de vroege ochtend van 18 maart 1943. Daar werden Maurits en Simon geregistreerd en samen met de andere weeshuisbewoners ondergebracht in barak 66. Op de kaart van Maurits schreef iemand de vraag: ‘Waar zijn ouders?’.

De eerste 25 leden van de weeshuisgroep, volwassenen én kinderen, gingen vijf dagen na aankomst in Westerbork al op transport naar Sobibor. Maurits en Simon zouden nog twee maanden in het kamp verblijven. Gaandeweg viel de weeshuisgroep uiteen en werden de bewoners naar leeftijd over de verschillende barakken verdeeld.

Ruim een maand na de ontruiming van het Weeshuis werd vader Barend in Den Haag opgepakt. Op 22 april 1943 werd hij in het SS-concentratiekamp ‘Herzogenbusch’ bij Vught gevangen gezet. Op 9 mei 1942 werd hij overgeplaatst naar kamp Westerbork, waar hij in barak 57 terecht kwam. Het is waarschijnlijk, dat Barend zijn verloren zoons in Westerbork weer tegenkwam. Het weerzien was van korte duur.

Op 18 mei 1943 gingen vader Barend, Maurits en Simon vanuit Westerbork op hetzelfde transport naar Sobibor. Drie dagen later werden ze daar direct na aankomst vermoord. Barend Hakker werd 40, Maurits 14 en Simon 10 jaar oud.

 

Arnold spreekt over de broertjes Hakker 

 

Links:

– Biografie van Maurits en Simon Hakker op de website van het Joods Weeshuis

– Artikel Ivar Schute over ‘De familie Hakker en het etensbord in Sobibor‘, gepubliceerd op onze website.

– Website Joods Weeshuis

– Verslag plaatsing Stolpersteine Joods Weeshuis – 17 juni 2026

– Joodsmonument.nl: Maurits en Simon Hakker

 

De Stichting bedankt de gemeente Leiden, de Lorentzschool, David Prins, het gezondheidscentrum Roodenburg en alle particulieren (de aanwezigen en zij die financiële steun gaven) voor het steunen en mede mogelijk maken van deze plechtigheid.

 

Correcties en aanvullingen kunt u melden aan de redactie, via webmaster@herdenkingleiden.nl, dit wordt gelezen door Barbera Bikker