Stolpersteine
volgende stenen
Inhoud van deze pagina:
Plaatsing Stolpersteine 25 februari 2026
Op 25 februari 2026 werden een Stolperstein geplaatst bij Schelpenkade 59 (destijds Schelpenkade 59a, later werden 59a en 59 samengevoegd.)
Franz Moritz Eilenberg, geboren 3 december 1922 te Berlijn, gedeporteerd 15 januari 1943 uit Mechelen, vermoord 18 maart 1943 te Auschwitz

De Stolperstein voor Franz Moritz Eilenberg
Er is geen foto van Franz Moritz Eilenberg

De steen voor Franz Moritz Eilenberg wordt geplaatst door Stef Vink, directeur van Leidse Instrumentmakers School.

Stef Vink kijkt naar het vastmaken van de steen met cement door Wout en Hennie en legt daarna een bloem bij de steen.

Arnold Schalks houdt de toespraak.

Wethouder Ashley North legt een steentje bij de steen van Franz.
We hebben bitter weinig kunnen vinden over het leven van Franz Moritz Eilenberg, zelfs geen spoor van een foto. Wat we met zekerheid weten is, dat Franz Moritz op 3 december 1922 in Berlijn geboren werd als tweede zoon van een garagehouder. Hij groeide op in de wijk Berlin-Schöneberg tijdens de roerige jaren dertig. Hij wilde later – niet vreemd, gezien het beroep van zijn vader – iets met techniek doen. Iemand worden die zich bezighoudt met het ontwerp en de bouw van uiterst precieze machines. Om die toekomstdroom waar te maken begon hij aan de Ortschule een opleiding tot Feinmechaniker. Hij zou die niet in Berlijn afmaken.
Toen de nazi’s de macht grepen, zagen Franz ouders de toekomst somber in. Ze vroegen een affadavit aan, een soort uitreisvisum waarmee zij en hun twee zoons zich binnen 2 à 3 jaren in de Verenigde Staten hoopten te kunnen vestigen. In afwachting van de overtocht vonden zijn ouders het verstandig om Franz tijdelijk in het ‘veilige’ Nederland onder te brengen. Franz moest zijn opleiding in Berlijn noodgedwongen afbreken en kwam in januari 1939 als 16-jarige terecht in het Dommelhuis: een door Philips gebouwd gezellenhuis in Eindhoven waar jonge Joodse vluchtelingen uit Duitsland en Oostenrijk werden opgevangen.
In de werkplaats van het Dommelhuis viel Franz’ uitzonderlijk technisch talent op. Voor de directie van het huis aanleiding om hem aan te melden voor een opleiding aan de Leidsche instrumentenmakers School (LiS) bij het Kamerlingh Onnes Laboratorium. In juni 1939 slaagde Franz voor zijn toelatingsexamen. Een maand later kreeg hij ‘bij hoge uitzondering’ van het Nederlandse Ministerie van Justitie toestemming om zich in Leiden te vestigen. De zaak-Franz Moritz Eilenberg werd als ‘een exceptioneel geval’ gezien. De Leidse professor Hendrik Casimir stond garant voor zijn huisvesting in Leiden.
Half september 1939 trok Franz in bij het gezin van Karel van Rossen aan de Borneostraat 37a in Leiden. Terwijl hij overdag praktijkonderwijs volgde aan de instrumentenmakersschool, werd hij ’s avonds onderwezen in de theoretische vakken op het Koninklijk Genootschap Mathesis Scientiarum Genitrix. Om onbekende redenen verruilde hij de Borneostraat 37a voor de Schelpenkade 59a om onderdak te vinden bij de familie van der Ploeg. Het werd het laatste vrijwillig door hem bewoonde adres. Op 29 oktober 1940 moest Franz Moritz als stateloze niet-ariër de kuststreek te verlaten om weer naar Eindhoven te verhuizen. Het betekende het einde van zijn studie in Leiden.
Op 2 augustus 1942 verhuisde Franz Moritz nog één keer binnen Eindhoven om niet veel later naar Mechelen in België te vertrekken. Daar werd hij op 3 november 1942 opgepakt en naar een SS-verzamelkamp voor Joden in de Dossin-Kazerne gebracht. Op 15 januari 1943 vertrokken hij en 1557 lotgenoten met Transport XVIII (18) vanuit Mechelen naar Auschwitz. 1089 van Franz medereizigers werden direct na aankomst door de SS naar de gaskamers gestuurd. Franz Moritz kwam in het werkkamp terecht. Daar overleed hij op 18 maart 1943.
Franz Moritz werd slechts 20 jaar oud.
Biografie geschreven door Erik Habold/Arnold Schalks
Franz Moritz Eilenberg werd op 3 december 1922 in Berlijn geboren als tweede zoon van de garagehouder Ernst Eilenberg en zijn twee jaar oudere echtgenote Doris Nachmann. Hij groeide tijdens de roerige jaren dertig op in de wijk Berlin-Schöneberg, waar hij een opleiding tot Feinmechaniker volgde aan de Ortschule. Met het oog op de opkomst van het naziregime en hun afnemend vertrouwen in de toekomst, voorzagen zijn ouders zich van een affidavit, een schriftelijke beëdigde verklaring omtrent de identiteit van aspirant-immigranten, waarmee zij en hun twee zoons zich binnen 2 à 3 jaren in de Verenigde Staten hoopten te kunnen vestigen. In afwachting van hun vertrek vonden zijn ouders het verstandig om Franz tijdelijk in het ‘veilige’ Nederland onder te brengen. Franz brak zijn opleiding in Berlijn af en werd op 5 januari 1939, 16 jaar oud, ingeschreven in het Dommelhuis, een door Philips gebouwd gezellenhuis in Eindhoven waar jonge Joodse vluchtelingen uit Duitsland en Oostenrijk werden opgevangen. Waarschijnlijk viel de overgang naar het Dommelhuis niet erg mee: het was een groot pand, zeer sober ingericht, met gemiddeld drie jongens per kamer en er heerste een vrij streng regime.
In de werkplaats van het Dommelhuis viel Franz’ technisch talent op. Aanleiding voor de directie om hem aan te melden voor een opleiding aan de Leidsche instrumentenmakers School (LiS) bij het Kamerlingh Onnes Laboratorium. In juni 1939 legde Franz het toelatingsexamen voor de opleiding met goed gevolg af. Een maand later gaf het Ministerie van Justitie Franz bij hoge uitzondering toestemming om zich in Leiden te vestigen, omdat het om ‘een exceptioneel geval’ ging. De Leidse professor Hendrik Casimir stond garant voor zijn huisvesting in Leiden.
Op 15 september 1939 verliet Franz Eindhoven om bij het gezin van Karel van Rossen aan de Borneostraat 37a in Leiden in te trekken en niet in het aanvankelijk aangeschreven Centraal Israëlitisch Wees- en Doorgangshuis aan de Roodenburgerstraat. Terwijl hij overdag praktijkonderwijs volgde op de instrumentenmakersschool, werd hij ’s avonds geschoold in de theoretische vakken op het Koninklijk Genootschap Mathesis Scientiarum Genitrix. Om onbekende redenen verruilde hij de Borneostraat 37a voor de Schelpenkade 59a om onderdak te vinden bij de familie van der Ploeg. Het werd het laatste vrijwillig door hem bewoonde adres.
Op 29 oktober 1940 werd Franz Moritz als stateloze niet-ariër verplicht om de kuststreek verlaten en gedwongen naar Eindhoven te verhuizen. Op 17 januari 1941 vestigde hij zich op de Kettingstraat 22. Het betekent het einde van zijn studie in Leiden. Op 1 september 1941 schreef de administratie van de Leidsche instrumentenmakers School Franz Moritz uit met de aantekening : “mag als Jood de school niet meer bezoeken.”
Op 2 augustus 1942 verhuisde hij binnen Eindhoven naar de Lijsterlaan 20 om niet veel later naar Mechelen in België te vertrekken. Daar werd hij op 3 november 1942 opgepakt en naar het SS-Sammellager für Juden (Verzamelkamp gezeteld in de Dossin-Kazerne te Mechelen) gebracht. Deze grote, grimmige, voormalige infanteriekazerne, daterend uit 1756, zag totaal bijna 26.000 Joden en Roma gedeporteerd worden naar de vernietigingskampen.
Op 15 januari 1943 vertrok Franz Moritz en 1557 lotgenoten met Transport XVIII vanuit Mechelen naar Auschwitz. 1089 van zijn medereizigers werden direct na aankomst door de SS naar de gaskamers gestuurd. Franz Moritz kwam in het werkkamp terecht. Daar overleed hij op 18 maart 1943. Franz Moritz werd 20 jaar oud. Wij hebben helaas geen foto van Franz Moritz Eilenberg kunnen terugvinden.
Bronvermelding:
Arolsen archief
Lion Tokki
Wouter Ydema
Leidse instrumentenmaker School (Lis)
www.leiden4045.nl/eilenberg-franz-moritz/
www.dokin.nl/deceased_children/franz-moritz-eilenberg-born-3-dec-1922/
https://www.tracesofwar.nl/sights/151259/Dommelhuis.htm
https://kazernedossin.eu/memoriaal/
Joodsmonument.nl: Franz Moritz Eilenberg
Leiden4045: Franz Moritz Eilenberg
Verslag plaatsing: 25 februari 2026 plaatsing Stolpersteine in Leiden
De Stichting dankt de gemeente Leiden, de Universiteitsbibliotheek Leiden, de particulieren (de aanwezigen en zij die financiële steun gaven) voor het steunen en mede mogelijk maken van deze plechtigheid.
