Stolpersteine
volgende stenen
Inhoud van deze pagina:
Plaatsing Stolpersteine 5 november 2025
Op 5 november 2025 werden twee Stolpersteine geplaatst bij Hoge Rijndijk 74. Voor Bernard Leo Sanson is een eigen pagina gemaakt.
Hartog Brander, geboren 29 juli 1913 te Amsterdam, gedeporteerd 28 februari 1941 uit Schoorl, vermoord 12 augustus 1941 te Hartheim

De Stolperstein voor Hartog Brander

Hartog Brander, bron: Universiteit Leiden (inschrijfkaart)
De plechtigheid bij Hoge Rijndijk 74

De steen voor Hartog Brander werd geplaatst door twee leerlingen van het Stedelijk Gymnasium in Leiden, Diede Postema en Maxim ‘t Hart.
Er zijn geen nabestaanden aanwezig.

Pieter Schrijnen van de werkgroep houdt de toespraak.
Hartog Brander kwam uit Amsterdam. Hij werd geboren in 1913. Hij was de enige zoon van Mozes Brander en Rachel Nunes Nabarro. Harry groeide op in een wereld van handel en verhalen. Zijn moeder kwam uit een zeer ondernemende familie. Zijn vader heeft allerlei zaken ondernomen, maar lijkt nooit echt succesvol te zijn geweest. Het gezin woonde op verschillende adressen rond de Nieuwmarktbuurt in Amsterdam. Ze hadden het duidelijk niet breed.
Hartog kon best leren en ging na de lagere school naar het gymnasium. In augustus 1930 overleed zijn moeder. Hij was toen 17 jaar oud.
In oktober 1934 vertrok hij naar Leiden. Hij was ingeschreven bij de universiteit: letteren en wijsbegeerte. Ook hier woonde hij op verschillende adressen: Hoge Rijndijk 114, Leidscheweg 227 in Voorschoten. Soms verhuisde hij weer terug naar Amsterdam, naar zijn vader. Later keert hij terug en trekt hij hier in bij het pension Jessurun, aan de Hoge Rijndijk 74. Veel over zijn korte leven is onzeker. Waarschijnlijk heeft hij zijn kandidaatsexamen gehaald, in geschiedenis . En op basis daarvan is hij waarschijnlijk les gaan geven. Onbekend is waar hij les heeft gegeven.
Hij is goed bevriend met Bernd Sanson die hier ook woonde. Ze vieren samen de Joodse feesten, maar ook het Hollandse Sinterklaasfeest.
Uit de woningkaarten blijkt dat hij ook na dat examen nog korte tijd bij zijn vader woont, en dan weer terugkomt naar Leiden. Het noodlot greep in toen hij op zaterdag 22 februari 1941 in Amsterdam in de Jodenbuurt was. Daar werd door de Duitse politie een razzia gehouden. Ze moesten 400 Joden oppakken als vergelding voor de dood van één NSB-er.
Samen met honderden andere Joodse mannen werd hij naar kamp Schoorl overgebracht en van daar uit een week later naar het kamp Buchenwald, in het oosten van Duitsland. Bij zijn aankomst wordt precies gedocumenteerd wat hij allemaal bij zich heeft: onder andere een hoed, een paar schoenen, één broek, twee hemden, potlood en papier, een horloge aan een ketting. Maar, binnen de kortste keren is de hele groep mannen die vol leven en hoop naar het kamp ging door honger en ontbering uitgeteerd. Een deel sterft snel door uitputting.
Drie maanden later, op 22 mei 1941 werd hij naar Mauthausen in Oostenrijk gedeporteerd. In die omgeving was de SS begonnen met experimenten met gaskamers, om mensen zo efficiënt mogelijk te kunnen vermoorden. Op 12 augustus 1941 werd hij in een gaskamer van Slot Hartheim vermoord. Hartog Brander is 28 jaar oud geworden.
Zijn vader Mozes werd in september 1942 in Auschwitz om het leven gebracht. Zo eindigde het leven van dit kleine gezin.
Biografie opgesteld door Pieter Schrijnen
Hartog (Harry) Brander was de enige zoon van Mozes Brander en Rachel Nunes Nabarro. Vader Mozes, ook wel Maurice, is in 1876 in Amsterdam geboren. Moeder Rachel kwam uit Londen, waar ze in 1875 was geboren. Rachel, ook wel Sis genoemd, kwam uit een zeer ondernemende familie. Zij trouwden in december 1907 in Londen. Twee maanden later kwam het jonge echtpaar naar Amsterdam, waar het een woning aan de Raamgracht betrok. Zoon Hartog werd er geboren in 1913.
Mozes werkte aanvankelijk als stempelmaker, later werd hij handelsreiziger en vertegenwoordiger in antiek. Ook vertegenwoordigde hij enige tijd een literair agent uit Londen: James B. Pinker and Son. Mozes is ook uitgever geweest van ‘De Joodse Kroniek’. Dit blad is opgericht ter “lezing en leering van tijdgenoot en nageslacht.” Harry groeide dus op in een wereld van handel en verhalen. Ze woonden op verschillende adressen in en rond de Nieuwmarktbuurt in Amsterdam. Aan de adressen te zien hadden ze het duidelijk niet breed.
Hij kon best leren en ging na de lagere school naar het gymnasium. In augustus 1930 overleed zijn moeder. Ze werd begraven op de Joodse begraafplaats in Muiderberg. Hij was toen 17 jaar oud.
Bij de keuring voor militaire dienst in april 1932 zat de toen 19-jarige Harry pas in de vijfde klas. Hij is afgekeurd i.v.m. met zijn slechte ogen en kon vervolgens zijn school afmaken. In oktober 1934 vertrok hij naar Leiden. Hij was twee jaar achtereen ingeschreven bij de universiteit: letteren en wijsbegeerte. Ook hier woonde hij op verschillende adressen: Hoge Rijndijk 114, Leidscheweg 227 in Voorschoten. Vandaar verhuisde hij in 1937 weer terug naar Amsterdam, naar de Tulpstraat waar zijn vader toen woonde. Later keert hij terug en trekt hij in bij het pension Jessurun, aan de Hoge Rijndijk 74.
In april 1937 heeft hij waarschijnlijk zijn kandidaatsexamen gehaald, in geschiedenis.


Foto en handtekening van de inschrijfkaart van de Universiteit Leiden

Uit Het Vaderland, 24 april 1937
Bij de latere inschrijving in het kamp Buchenwald geeft hij als beroep op: leraar. Misschien godsdienstleraar, misschien gaf hij geschiedenis. Onbekend is waar hij les heeft gegeven.
Op de Hoge Rijndijk 74 woont ook Bernd Sanson. Zij trekken veel samen op. Ze vieren de Joodse feesten samen, maar ook het Hollandse Sinterklaasfeest. Bernd is cartoonist. Hartog (Harry) komt regelmatig in zijn tekeningen voor. Zo tekent Bernd een karikatuur van zijn vriend:

En hij maakt een cartoon van een optocht van een groepje Zionisten op weg naar Jeruzalem. Abel Herzberg loopt voorop! En achteraan loopt Harry Brander met in zijn ene hand een stevige hamer, en in de andere hand een Joods gebedsboek.

Uit de woningkaarten blijkt dat hij ook dan nog regelmatig heen en weer verhuist tussen Leiden en Amsterdam. Dan woont hij korte tijd bij zijn vader en komt hij weer terug in Leiden. Het noodlot greep in toen hij op zaterdag 22 februari 1941 in Amsterdam in de Jodenbuurt was. Daar werd door de Duitse politie een razzia gehouden. Ze moesten 400 Joden oppakken als vergelding voor de dood van een NSB-er.

Foto van Razzia Amsterdam 20 februari 1941, wellicht staat Hartog daar links
Samen met honderden andere Joodse mannen werd hij naar kamp Schoorl overgebracht en van daaruit op 28 februari naar het kamp Buchenwald, in het oosten van Duitsland.
Bij zijn aankomst wordt precies gedocumenteerd wat hij allemaal bij zich heeft: onder andere een hoed, een paar schoenen, één broek, twee hemden, potlood en papier, een horloge aan een ketting. Het formulier voor de administratie moest hij nog ondertekenen.

Inventarisatie bezittingen Hartog Brander bij aankomst in Buchenwald. Arolsen Archives

Registratiekaart van Hartog Brander Buchenwald. Arolsen Archives
Een collega van hem in het kamp schrijft beschrijft de ellende van hem en de anderen:

Drie maanden later, op 22 mei 1941 is hij naar Mauthausen in Oostenrijk gedeporteerd. In die omgeving was de SS begonnen met experimenten met gaskamers, om mensen zo efficiënt mogelijk te kunnen vermoorden. Op 12 augustus 1941 werd hij in een gaskamer van Slot Hartheim vermoord. Hartog Brander is 28 jaar oud geworden.
Zijn vader Mozes werd in september 1942 in Auschwitz om het leven gebracht.
Bronnen
https://www.amsterdam.nl/stadsarchief/themasites/razzia/hartog-brander/
Wally de Lang: De razzia’s van 22 en 23 januari 1941 in Amsterdam, Het lot van 389 Joodse mannen
https://www.joodsmonument.nl/nl/page/321968/rachel-brander-nunes-nabarro
Uit https://www.joodsmonument.nl/nl/page/584798/de-joodsche-kroniek:
Arolsen Archives
Universiteit Leiden
Foto’s


Joodsmonument.nl: Hartog Brander
Leiden4045: Hartog Brander
Verslag plaatsing: 5 november 2025 plaatsing Stolpersteine in Leiden
De Stichting dankt de gemeente Leiden, de Lorentzschool in Leiden, de particulieren (de aanwezigen en zij die financiële steun gaven) voor het steunen en mede mogelijk maken van deze plechtigheid.
