Maurits en Simon Hakker

vorige naam / volgende naam / namenlijst

Maurits Hakker
29-3-1929 Den Haag
21-5-1943 Sobibor

Weeshuisperiode:
15-2-1943 (*) – 17-3-1943
* ergens vanaf 1942

 

 

Simon Hakker
24-2-1933 Den Haag
21-5-1943 Sobibor

Weeshuisperiode:
15-2-1943 (*) – 17-3-1943
* ergens vanaf 1942

 

 

Vader: Barend Hakker, 30-8-1902 Den Haag – 21-5-1943 Sobibor
Moeder: Alida Bobbe, 25-4-1903 Den Haag – 25-1-1943 Auschwitz (Apeldoornse Bosch)

De broers Maurits en Simon Hakker werden respectievelijk op 29 maart 1929 en 24 februari 1933 in Den Haag geboren in het gezin van Barend Hakker en Alida Bobbe. Ze woonden er aan de Scheldestraat nummer 109.

Barend Hakker had meerdere beroepen. Voor zijn huwelijksakte gaf hij ‘handelaar in manufacturen’ op als beroep, maar hij moet ook als schilder werkzaam zijn geweest. Het gezinsleven nam een dramatische wending toen moeder Alida ernstige gezondheidsklachten kreeg. Voor behandeling werd ze opgenomen in het Apeldoornsche Bosch, een Joods-psychiatrische instelling in het groen, net buiten Apeldoorn.

Het moet Barend moeite hebben gekost om zijn driekoppig een-oudergezin draaiende te houden. In de loop van het tweede oorlogsjaar besloot hij zijn zoons onder te brengen in het ‘Centraal Israëlitisch Wees- en Doorgangshuis’ ofwel het ‘Joodse weeshuis’ aan de Roodenburgerstraat 1a in Leiden. Op 15 februari 1943 werden Maurits en Simon in het bevolkingsregister ingeschreven op het adres van het Weeshuis, nog geen vijf weken voor de ontruiming.  Maar het accountantsrapport van het Weeshuis over het boekjaar 1942 met de daarin opgenomen verpleegkosten voor de broertjes Hakker, doet vermoeden dat ze al eerder in Leiden waren ondergebracht. (Bron: Bijlage I van het rapport gedateerd op 11 februari 1943 ‘der Joodsche Vereeniging van Verpleging en Verzorging, Afd. Centraal Israëlitisch Wees- en Doorgangshuis te Leiden’ van Accountantskantoor De Tombe. Voor hen werd op 31 december 1942 aan verpleegkosten over 1942 van “Maatschappelijk Hulpbetoon, ‘s-Gravenhage” een vordering opgesteld van fl. 88,-.)

Op het moment dat Maurits en Simon officieel Leidenaar werden, was het lot van moeder Alida al bezegeld. In weerwil van de veronderstelling dat de nazi’s geesteszieken met rust zouden laten, ontruimden de Duitsers het Apeldoornsche Bosch in de nacht van 21 op 22 januari 1943 op brute wijze. Moeder Alida werd met 1.100 patiënten en personeelsleden op transport gezet naar Auschwitz, waar ze drie dagen later stierf in de gaskamers van het vernietigingskamp. Alida werd 39 jaar oud.

Ook in Leiden zat de bezetter niet stil. Het heersende geloof onder een deel van de Joodse bevolking dat weeshuizen veilige toevluchtsoorden waren, werd zo lang mogelijk gekoesterd. Maar in het weeshuis waren naaisters met een vooruitziende blik alvast begonnen om rugzakken voor alle kinderen te naaien uit het rood-wit gestreepte markiesdoek van het huis.

Op woensdag 17 maart 1943 hielp de bezetter de dromers ruw uit de droom. Rond zeven uur ’s avonds omsingelde een tiental agenten van de Leidse politie het weeshuis om op last van het Duitse gezag met de ontruiming te beginnen. Maurits, Simon en hun huisgenoten werd weinig tijd gegund om hun spullen te pakken. De dekens van hun bedden propten ze in hun gereedstaande rugzakken. Goede schoenen en warme kleren werden van levensbelang geacht. Voordat ze het weeshuis verlieten zongen de bewoners en het personeel nog eenmaal het Joodse volkslied.

De trein bereikte Westerbork in de vroege ochtend van 18 maart 1943. Daar werden Maurits en Simon geregistreerd en samen met de andere weeshuisbewoners ondergebracht in barak 66. Op de kaart van Maurits schreef iemand de vraag: ‘Waar zijn ouders?’.

De eerste 25 leden van de weeshuisgroep, volwassenen én kinderen, gingen vijf dagen na aankomst in Westerbork al op transport naar Sobibor. Maurits en Simon zouden nog twee maanden in het kamp verblijven. Gaandeweg viel de weeshuisgroep uiteen en werden de bewoners naar leeftijd over de verschillende barakken verdeeld.

Ruim een maand na de ontruiming van het Weeshuis werd vader Barend in Den Haag opgepakt. Op 22 april 1943 werd hij in het SS-concentratiekamp ‘Herzogenbusch’ bij Vught gevangen gezet. Op 9 mei 1942 werd hij overgeplaatst naar kamp Westerbork, waar hij in barak 57 terecht kwam. Het is waarschijnlijk, dat Barend zijn verloren zoons in Westerbork weer tegenkwam. Het weerzien was van korte duur.

Op 18 mei 1943 gingen vader Barend, Maurits en Simon vanuit Westerbork op hetzelfde transport naar Sobibor. Drie dagen later werden ze daar direct na aankomst vermoord. Barend Hakker werd 40, Maurits 14 en Simon 10 jaar oud.

 

Ivar Schute schreef in april 2026 het artikel ‘De familie Hakker en het etensbord in Sobibor‘, gepubliceerd op onze website.

Op 17 juni 2026 werden Stolpersteine geplaatst voor Maurits en Simon Hakker in Leiden.

 

Leiden, 18-9-2022, Barbera Bikker, juni 2026 Arnold Schalks
Joodsmonument.nl: Maurits en Simon Hakker

 

Wij hebben ons best gedaan om deze informatie te checken en de bronnen te achterhalen.
Correcties of aanvullingen zijn altijd welkom, wilt u hiervoor contact opnemen met de redactie via webmaster@herdenkingleiden.nl

vorige naam / volgende naam / namenlijst