vorige naam / volgende naam / namenlijst

Etty Heerma van Voss
16-06-1931 Amsterdam
16-04-1943 Sobibor
Weeshuisperiode:
28-08-1942 – 17-03-1943
Moeder: Theodora Noach 09-10-1904 Krefeld (D) – 11-06-1943 Sobibor
Later getrouwd met: Samuel Vischschraper 30-3-1911 – 9-7-1943 Sobibor
Halfbroers:
Louis Vischschraper 10-07-1934 Groningen – 11-06-1943 Sobibor
Carol Eduard Vischschraper 05-02-1927 Zwolle – 11-06-1943 Sobibor
Adoptieouders van Etty:
Casparus S. Heerma van Voss Roosendaal 19-06-1901 – 27-2-1983 Almelo
Emma D. I. Heerma van Voss-Stein 17-3-1905 Lübeck – 13-8-1986 Zuidlaren
Biografie:
Op 16 juni 1931 is Etty geboren in Amsterdam. Haar moeder was Theodora Noach. Haar vader is altijd onbekend gebleven. Op 8 juli van dat jaar erkende Theodora de kleine Etty als haar eigen dochter, en kreeg ze de naam Etty Noach. Theodora was tot aan de geboorte van Etty verpleegster in het Israëlitische Ziekenhuis op de Nieuwe Kerkstraat van Amsterdam.
In februari 1932 gaf Theodora de voogdij over haar baby uit handen. In 1933 is Etty geadopteerd door het echtpaar Irmi Stein en Cas Heerma van Voss. Zij waren in 1926 gehuwd en tot dan toe kinderloos gebleven.
Tot hun grote geluk werd één jaar later ook een eigen dochter geboren: Ingeborg.


Het gezin Heerma van Voss-Stein: Irmi, Ingeborg, Cas en Etty.

Etty en Inge groeiden samen op.
Uit de briefjes en kaarten die later zijn verzonden blijkt dat ze het samen heel goed hadden.
Irmi Stein kwam uit Duitsland en was goed op de hoogte van de ontwikkelingen onder het Nazi-regime. Cas en Irmi wisten van het lot van Joodse mensen aldaar. Daarom hebben ze weten te regelen dat Etty hun achternaam kreeg, bij Koninklijk Besluit op 24 maart 1938.
Met de bezetting door de Duitsers veranderde er langzaam maar zeker veel voor de Joden in Nederland. Ook voor het gezin is duidelijk dat dit voor Etty problemen kan veroorzaken. Irmi maakt dan contact met Theodora. Zij nam Etty en Inge mee voor een gesprek met Theodora in Amsterdam. Inge herinnert zich dat moment. Eerst sprak Etty alleen met Theodora. Daarna sprak Irmi met haar. Ze heeft aan Theodora gevraagd of die zou willen verklaren dat de biologische vader van Etty niet joods was – mocht ze door de autoriteiten daarnaar worden gevraagd. Irmi bracht zelfs een notariële verklaring mee, waarin stond dat de biologische vader een zeeman uit Noorwegen was. Maar Theodora weigerde die te ondertekenen.
Vanaf het schooljaar 1941-1942 mochten Joodse kinderen niet meer samen met andere kinderen naar school. Het gezin woonde toen in Haarlem. Etty kon naar de Joodse school aan de Zijlweg aldaar. Maar in augustus 1942 begonnen de deportaties van Joden uit Haarlem. Toen achtte het gezin het veiliger om Etty onder te brengen in een weeshuis, het Joodse weeshuis Machseh Lajesoumim in Leiden. Zij is daar op 28 augustus 1942 naar toe verhuisd.

Etty tijdens haar verblijf in het weeshuis.
Ze heeft er maar kort gewoond. Op 17 maart 1943 is het weeshuis ontruimd. Alle bewoners van het weeshuis, de kinderen en de staf, zijn opgepakt en naar Westerbork overgebracht. De meeste kinderen werden binnen een week op de trein gezet naar Sobibor.
In de trein naar Westerbork weet Etty nog een briefkaart te schrijven. Moeder Irmi had haar die kaart al eerder meegegeven met hun adres er op.

Etty schrijft: “Donderdag 18 maart. Wij zijn weg. We zijn woensdag avond om 9 uur weggehaald. Nu zit ik in de trein. Wij zijn bijna bij Westenborg. Dag allemaal, een benden kusjes van je Etty.”
Moeder Irmi schrijft haar op 12 april terug: “Mijn lieve lieve schat! Je briefjes heb ik alle beide ontvangen. Wat naar dat je zo ziek was, kleijn ding. . . .” Moeder Irmi belooft nog een pakje te sturen, en ook haar zusje Inge belooft nog een cadeautje. Maar deze brief gaat weer terug naar Haarlem. Etty is dan al op de trein gezet naar Sobibor.

Voor Etty is nog koortsachtig getracht een negatieve verklaring over haar Joodse afkomst en geloof te regelen, maar op 13 april werd ook zij naar Sobibor gedeporteerd, alleen en zonder familie of klasgenootjes.
Daar werd zij drie dagen later direct na aankomst vergast. Etty werd slechts 11 jaar oud.

De biologische moeder van Etty is in 1933 getrouwd, met Samuel Vischschraper. Met hem kreeg zij twee kinderen. Theodora is in februari 1942 samen met haar kinderen Louis en Carol opgepakt en naar Vught overgebracht. Daar was zij werkzaam als verpleegster. Op 7 Juni is Theodora met haar kinderen afgevoerd naar Westerbork. Een dag later, op 8 juni, zijn zij op de trein gezet naar Sobibor. Daar zijn ze alle drie meteen bij aankomst vermoord, op 11 juni 1943. Theodora werd 38 jaar oud, Louis werd 8 jaar oud, en Carol slechts 6 jaar oud. Haar man Samuel Vischschraper onderging dat lot op 9 juli van dat jaar, ook in Sobibor. Hij werd 32 jaar oud.
Op 17 juni 2026, een dag nadat Etty 96 jaar geworden zou zijn, werd een Stolperstein voor haar geplaatst bij het voormalige Joodse Weeshuis in Leiden.
Leiden, juni 2026, volledig herschreven door Pieter Schrijnen
Bronnen
Archief familie Heerma van Voss:
https://heermavanvoss.nl/portfolio/familiekroniek-7b-ulbo-jetze-heerma-van-voss-2/
Jaap W. Focke: Machseh Lajesoumim – A Jewish Orphanage in the City of Leiden, 1890-1943
Arolsen archief
Digitaal Joods Monument
Delpher krantenarchief
Joods Monument: Etty Heerma van Vos
vorige naam / volgende naam / namenlijst
