Lammenschansweg 41 – Eliazar de Metz en Amalia de Metz-Frank

Stolpersteine
volgende stenen

Inhoud van deze pagina:

Plaatsing Stolpersteine 25 februari 2026

Op 25 februari 2026 werden twee Stolpersteine geplaatst bij Lammenschansweg 41 (destijds nummer 23).

Eliazar de Metz, geboren , gedeporteerd 13 juli 1943 uit Westerbork, vermoord 16 juli 1943 te Sobibor

Amalia de Metz-Frank, geboren 1 oktober 1910 te Doetinchem, gedeporteerd 13 juli 1943 uit Westerbork, vermoord 16 juli 1943 te Sobibor

 

De Stolpersteine voor Eliazar en Amalia de Metz

Eliazar de Metz en Amalia de Metz-Frank (privécollectie)

Pieter Schrijnen van de werkgroep Stolpersteine plaatst de steen voor Amalia.

De steen voor Eliazar de Metz wordt geplaatst door werkgroeplid Ton de Gans.

 

Hannemien de Metz houdt de toespraak. Eliazar de Metz en Amalia Frank waren haar oom en tante. 

 

Steentje bij de geplaatste Stolpersteine.

 

Toespraak door nichtje Hannemien de Metz

In deze, naar mijn gevoel oppervlakkige schets, wil ik wat zeggen over de achtergrond van het leven van mijn oom Eliazar de Metz en zijn echtgenote Amalia Frank.

Zoals in vele joodse gezinnen werd er soms door kinderen na de Tweede Wereldoorlog niet echt doorgevraagd.

Mijn grootvader werd geboren in Leeuwarden in 1878. Hij deed de 3-jarige HBS en volgde daarna een opleiding tot godsdienstleraar.

Dat hield veel in, vooral in kleine plaatsjes lesgeven, dienst leiden, begrafenissen doen, gazan zijn, slachten etc. Hij kwam als eerste baan terecht in Nijehaske. Daar vond hij zijn echtgenote, mijn grootmoeder, Saartje Veldman (geboren in 1875). Op 12 juni 1904 trouwden zij en op 25 maart 1905 werd Eliazar geboren.

Hij werd al spoedig benoemd in Borne, op 6 maart 1908 werd mijn vader Emanuel geboren en op 11 maart 1912 mijn oom Mozes ook.

De broers konden goed leren. Ze bezochten na de dorps lagere school, één jaar de MULO in Almelo, je zou dat nu een tussenjaar noemen, en daarna de HBS. Ze liepen van Borne naar Almelo.

Ze werden natuurlijk vroom opgevoed en Eliazar is religieus gebleven. Als je een vader hebt die godsdienstleraar is, dan moet je naar Joodse les en op zaterdag ga je niet naar school. Dat kost veel tijd. Of het daardoor komt of niet, Eliazar bleef zitten in de 4e klas van de HBS. Dat was toen al in Zwolle waar grootvader toen als godsdienstleraar was benoemd. En ik denk dat het mijn oom tekende dat hij staatsexamen heeft gedaan in 1925 in Den Haag. Hij vond een jaar overdoen geen goed idee dus hij heeft uiteindelijk geen jaar verloren.

Eliazar is naar Amsterdam gegaan om daar farmacie te studeren. Mijn grootvader en grootmoeder zijn nog een keer verhuisd, ik denk in 1926, met hun andere twee zonen naar Zutphen.

Hoe zijn leven in Amsterdam was weet ik niet. Hij deed farmacie en had als bijvak o.a. levensmiddelenleer. Hier bleek al dat hij het leuk vond religie en geschiedenis te vermengen. Hij schreef een boekje, vrij vertaald ‘iets over geoorloofde en ongeoorloofde stoffen voor de leek’ (de joodse leek). Een boekje met geschiedenis aanwijzingen over levensmiddelen en Hebreeuwse teksten.

18 juni 1931 studeerde hij af en haalde zijn apothekersdiploma en begon om ervaring op te doen in Delft Apotheek Filedt Kok, daarna in Brummen. En in 1934 vestigde hij zich in Leiden om een eigen apotheek te beginnen, de Zuiderapotheek. Hij startte op de Korevaarstraat 51 en via Lammenschansweg 58 (=Kamerlingh Onnesplein 28) vond hij toen de definitieve plek op Lammenschansweg 4 (nu 7). De apotheek groeide langzaam, er kwam meer personeel. Eliazar leidde apothekers-assistenten op.

Hij was actief in het bestuur van het departement Leiden van de Nederlandse Maatschappij  ter bevordering der Pharmacie, hij schreef artikelen voor het Farmaceutisch weekblad en hij was adviseur bij de NMP. Hij publiceerde o.a. een plaatselijke apothekersschool te Leiden onder de geneeskundige wetgeving van 1818. Dit geeft zijn belangstelling weer voor geschiedenis. Ik denk dat hij een interessant goed leven had.

Hij ontmoette ergens in die tijd zijn vrouw, Amalia Frank, Mali.

Ik ga nu iets zeggen over Amalia, Mali, Frank. De meeste gegevens heb ik gekregen van deze stichting die deze Stolpersteine plaatsing aan alle kanten mogelijk maakt. Ook hoorde ik pas gisteren van deze stichting die naast het praktische zoveel onderzoekt, dat mijn oom in Leiden was ingeschreven in de geneeskundige faculteit omdat hij wilde promoveren.

Amalia, Mali, werd in 1910 te Doesburg geboren. Haar vader Joseph Frank (Hilversum 1872-1943) en haar moeder Hanu Mirel Stein (1876-1936) uit Hongarije. Haar vader was ook godsdienstleraar en heeft via verschillende plekken 28 jaar zijn standplaats in Doesburg gehad. Na het beëindigen van zijn werkzame leven is hij teruggegaan naar Hilversum, eind 1935 begin 1936. Mali was enig kind en ging in Amsterdam medicijnen studeren. Ze moet moderne ouders gehad hebben dat zij dit mocht doen in die tijd. In 1932 haalde ze haar kandidaatsexamen en in 1934 haar doctoraal en 10 juni 1936 haar artsexamen, in dat jaar overleed haar moeder.

Na haar afstuderen vestigde zij zich als huisarts op het adres waar haar vader woonde in Hilversum, Oude Amersfoortseweg 86. Ze hield daar spreekuur van half 9 tot half 10, alle dagen van de week, behalve natuurlijk op zaterdag. Dat geeft blijk van een zelfbewuste jonge vrouw. Ook was ze maatschappelijk betrokken. Ze was lid van het Nederlands Israëlitisch armenbestuur. Ze gaf EHBO cursussen.

Na deze jaren van inhoud en bloei komt de neergang.

Op 1 mei 1941 kwam, na voorlopige maatregelen die hiertoe leidden, de definitieve verordening dat joodse apothekers, artsen en vroedvrouwen niet meer hun beroep mochten uitoefenen (en dus ook geen geld meer mochten ontvangen).

Ze mochten voorlopig nog wel joden medicijnen leveren. De ambtenaren waren hun al voorgegaan in 1940. In voorjaar 1941 heeft Eliazar de Metz, ik zeg het voorzichtig, of zoals de Engelsen zeggen ‘to put it mildly’, zijn apotheek van de hand gedaan.

Hij is per 23 december 1941 uitgeschreven en heeft zijn beroep als apotheker te Leiden moeten opgeven. De Zuiderapotheek heeft nog jaren op de Lammenschans 7 gefunctioneerd en is pas veel later verplaatst (1992). Ondertussen heeft hij zich op 6 juni 1941 met Mali verloofd (neem nog even in u op dat vanaf 1 mei 1941 hij niet meer mocht werken) en ze zijn op 28 januari 1942 te Hilversum getrouwd en op 2 februari hadden choepa en gaven ze een diner.

Het wat en hoe waarom ze deze stap hebben gemaakt zal ik nooit weten. Hoe ze hebben geleefd in die tijd voordat ze naar Amsterdam gingen, waar de joden uit de rest van Nederland heen moesten, als ze al niet opgehaald waren. Ze zijn waarschijnlijk heen en weer gegaan tussen Leiden en Hilversum. Later zijn ze naar Amsterdam gegaan en hebben gewoond op de Tugelaweg. Eind december 1942 werd een levenloos meisje geboren.

Het is niet helemaal duidelijk of ze uit Leiden naar Amsterdam zijn gegaan of uit Hilversum. Eliazar heeft volgens een registratiekaart nog les gegeven aan joodse kinderen die niet meer naar school mochten.

Vader Frank is gelukkig nog in Amsterdam overleden in 1943. Eliazar heeft nog even als vervanger gewerkt in Amsterdam, zo blijkt uit een aantekening op de achterkant van zijn apothekersdiploma op 1 juni 1943.

Amalia en Eliazar zijn op 16 juli 1943 te Sobibor vermoord.

Van mijn grootouders en hun drie zonen en gezinnen hebben alleen mijn vader en zijn zoontje de oorlog overleefd.

Ik wil eindigen met een mooi hoopvol joods gezegde: לדור ודור (ledor wa dor): de continuïteit gaat door van generatie tot generatie. En ik ben apotheker geworden.

 

Biografie van Eliazar de Metz en Amalia Frank geschreven door Pieter Schrijnen en Ton de Gans

Eliazar de Metz is geboren in Nijehaske (gemeente Haskerland) op 25 maart 1905. Hij overleed op 16 juli 1943 in Sobibor.

Zijn vader Benedictus werd op 4 februari 1878 in Leeuwarden geboren, zijn moeder op 29 april 29 april 1875 in Haskerland. Benedictus was ‘Israëlitisch leeraar’ (godsdienstleraar) van beroep. Ze trouwden op 12 juni 1904 en kregen naast Eliazar, nog 2 zoons: Emanuel (Borne, 1908) en Mozes (Borne, 1912). Beide ouders en broer Mozes werden op 11 juni 1943 in Sobibor vermoord. Emanuel overleefde de oorlog.

Eliazar studeerde Farmacie in Amsterdam. Hij behaalde zijn apothekersdiploma op 18 juni 1931. Tijdens zijn studie heeft hij de B. van de voornaam van zijn vader toegevoegd aan zijn eigen voornaam, om zich te onderscheiden van een andere Eliazer de Metz, die ook apotheker was.

Hij schrijft zich in als apotheker, eerst in Delft bij de firma Filedt Kok.

. [Pharmaceutisch Weekblad 58 (1931)].

Hij is trots op zijn vak en op zijn Joodse origine. Al in 1931 laat hij een Ex Libris maken: een Davidsster die een vijzel met stamper omgeeft. De tekst komt uit Jezus Sirach 38:4: ‘Uit de aarde vloeien geneesmiddelen voort en de verstandige mens veracht ze niet’

[Bibliotheca Rosenthaliana, Allard Pierson, Universiteit van Amsterdam, UBAinv750]

In die periode beweegt hij zich al op het wetenschappelijk gebied. Onder andere met een artikel in het Pharmaceutisch Weekblad over ‘Lysol op recept of in de handverkoop’ (1932).

In 1934 vestigt hij zich als apotheker van de Zuiderapotheek in Leiden; eerst aan de Korevaarstraat 51 en later aan de Lammenschansweg (eerst op locatie Lammenschansweg 58 (toen Kamerlingh Onneslaan 28) en later Lammenschansweg 7 (toen nummer 4).

Eliazar is in die periode zeer actief in diverse organisaties van apothekers. Hij wordt adviseur van het Hoofdbestuur van de Nederlandsche Maatschappij ter Bevordering van de Pharmacie, en secretaris van het Departement Leiden. Hij zit daar ook in de reclamecommissie [Pharmaceutisch weekblad jrg 77, 1940].

Hij blijft publiceren, bijvoorbeeld: ‘Een plaatselijke apothekersschool te Leiden onder de Geneeskundige Wetgeving van 1818’, Pharm. Weekbl. 1940. Dat artikel wordt goed gewaardeerd [https://brill.com/search?q=de+metz&source=%2Ftitle%2F30284].

In 1935 schrijft hij zich ook in als promovendus aan de Universiteit van Leiden. Een promotie heeft hij niet afgerond. De Duitse bezetter beveelt najaar 1940 het ontslag van alle Joodse medewerkers van de universiteit. Studenten en hoogleraren protesteren, bijvoorbeeld in de toespraak van prof. mr. R.P. Cleveringa op 26 november 1940. Op 27 november 1940 sluit de bezetter de hele universiteit.

De eerste jaren van de oorlog kan Eliazar nog als apotheker werken. Maar na verloop van tijd moet hij zijn bedrijf loslaten. Vanaf mei 1940 mogen Joodse apothekers alleen nog aan Joodse klanten leveren. Eind december 1941 is hij ‘uittredend apotheker’.

Leidsch Dagblad, 23 december 1941

Hij moet dan ook verhuizen. Op 24 december 1941 moest hij zijn huis uit. Vermoedelijk zwerft hij dan heen en weer, tussen Leiden en Hilversum. Oktober 1942 gaat hij samen met zijn vrouw Amalia inwonen bij Simons-Soosman, op de Pieter de la Courtstraat. Begin 1943 verhuizen ze naar Amsterdam, naar de Tugelaweg. Hij wordt dan actief via de Joodsche Raad. Hij wordt hij Kerkvoogd, docent C.C.J.O. en adviseur van de opperrabijnen. C.C.J.O betreft onderwijs aan Joodse kinderen nadat ze niet meer mee mochten doen met het gewone onderwijs.

https://collections.arolsen-archives.org/de/document/130341199

 

Amalia Frank

Amalia Frank is op 1 oktober 1910 geboren in Doetinchem. Ze is overleden in Sobibor, op 16 juli 1943.

Haar ouders zijn Joseph Frank en Hanu Mirel Stein. Haar vader kwam uit Hilversum, en werd voorzanger en godsdienstleraar in Oldenzaal, Sittard en uiteindelijk Doetinchem. Haar moeder kwam uit Ungvar, Hongarije. Zij is op 59-jarige leeftijd overleden, in 1936. Haar vader is door ziekte overleden in Amsterdam, in 1943.

Amalia studeerde medicijnen aan de universiteit van Amsterdam. Ze heeft toen op kamers gezeten. Haar vader kwam aan het einde van haar studie weer in Hilversum wonen. 

Op 10 juni 1936 haalt ze haar artsexamen.

Uit De Graafschap-bode, 12 juni 1936, pag. 2

 

Een maand na haar examen (op 8 juli 1936) zet zij in de ‘De Gooi- en Eemlander’ een advertentie met de aankondiging dat zij zich als arts heeft gevestigd: Mali Frank, arts. Ze opent de praktijk op het adres waar haar vader woont. In  Hilversum is ze actief in het maatschappelijk leven. Zo verzorgt mej. dr. Mali Frank onder andere een ‘urgente EHBO-cursus van 6 lessen’ in februari 1940, aldus Het volk : Dagblad voor de arbeiderspartij – 21-02-1940. Ook in het Joods maatschappelijk leven is ze actief. In augustus 1940 wordt ze in het Ned. Isr. Armenbestuur gekozen., aldus de van de Kerkeraad van de Nederlands Israëlische Gemeente in Hilversum.

Op 28 januari 1942 trouwt ze te Hilversum voor de wet met Eliazar. Het huwelijk is al in juni 1941 aangekondigd in het Leidsch Dagblad, en in Het joodsch weekblad, uitgave van den Joodschen Raad voor Amsterdam. Haar vader is dan getuige, haar moeder is vroeg overleden. De Joodse inwijding van het huwelijk is enkele dagen later, ook in Hilversum.

Zij is dan 31 jaar oud. Hij 36 jaar oud.

Eliazar en Mali gaan dan samen in Leiden wonen. Op 6 december 1942 wordt een dochtertje geboren, helaas levenloos. Emanuel Mendelson, koster van de Synagoge doet daar aangifte van.

Kort daarna verhuizen ze naar Amsterdam. Korte tijd later worden Eliazar en Amalia opgepakt en weggevoerd. Eerst worden zij op transport gezet naar Westerbork. Vandaar worden zij op 13 juli 1943 naar Sobibor gedeporteerd. Daar worden zij beiden op 16 juli 1943 vermoord. Eliazar is dan 38 jaar oud. Amalia slechts 32 jaar oud.

 

Bronnen

Archief Familie Van Praag-de Metz
Pharmaceutisch weekblad, diverse jaargangen
Arolsen
Mevrouw Mely van Malenstein, voorzitter  NHG-Werkgroep Geschiedenis Huisartsgeneeskunde
Erfgoed Leiden
Archief Universiteit Amsterdam, via Archief Amsterdam
Archief Universitaire Bibliotheken Leiden – Bijzondere Collecties
Delpher: De Graafschap-bode, De Gooi- en Eemlander : nieuws- en advertentieblad, Leidsch Dagblad, Nieuw Israelietisch weekblad, Het volk : dagblad voor de arbeiderspartij, Het joodsche weekblad : uitgave van den Joodschen Raad voor Amsterdam
www.wiewaswie.nl
Joods Monument
Ex Libris: Bibliotheca Rosenthaliana, Allard Pierson, Universiteit van Amsterdam, UBAinv750

 

 

Links

Joodsmonument.nl: Eliazar de Metz en Amalia de Metz-Frank

Leiden4045: Eliazar de Metz en Amalia de Metz-Frank

Verslag plaatsing: 25 februari 2026 plaatsing Stolpersteine in Leiden

 

 

De Stichting dankt de gemeente Leiden, de Universiteitsbibliotheek Leiden, de particulieren (de aanwezigen en zij die financiële steun gaven) voor het steunen en mede mogelijk maken van deze plechtigheid.

Correcties en aanvullingen kunt u melden aan de redactie, via webmaster@herdenkingleiden.nl
PlaatsingToespraak bij deze plaatsingBiografieLinks