Jakob Ginsberg (1886-1943). Een chronologisch overzicht.

naar de inhoudsopgave over Jakob Ginsberg


1 Jakob Ginsberg (1886-1943). Een chronologisch overzicht van belangrijke momenten in zijn leven.

De Leidse boekhandelaar en uitgever Jakob Ginsberg werd op 1/[13] [1] februari 1886in het toenmalige Russische Lodz geboren. Van zijn familieleden zijn alleen de namen van zijn ouders bekend[2].
Ginsberg is na zijn scholing tot rabbijn[3] ook oosterse talen gaan studeren aan de Kaiser Wilhelms-Universität in Straatsburg[4]. Vanaf welk jaar is onbekend[5]. Halverwege 1912 raakte hij bevriend met de 7 jaar jongere Leidse student Guillaume Frédéric Pijper (1893-1988)[6]. Die studeerde semitische en Indonesische talen in Leiden en was een leerling van de hoogleraar Arabisch Christiaan Snouck Hurgronje (1857-1936).

Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 werd Ginsberg als Russisch staatsburger persona non grata en werd hij geïnterneerd. Op 11 februari 1915 heeft hij zich bij de gemeente Amsterdam laten inschrijven[7] en vervolgens op 2 juli van datzelfde jaar ook bij de Faculteit der Letteren van de universiteit van Leiden voor het vak Semitische Philologie[8].

Ginsberg liet zich op 1 november 1916 in Amsterdam weer uitschrijven[9] en verhuisde naar Leiden[10]. Daar woonde hij gedurende vier jaar op meerdere adressen, in de jaren 1918-1919 voor korte perioden ook in Den Haag[11].
In die jaren voorzag hij reeds (gedeeltelijk) in zijn levensonderhoud met de handel in boeken[12], waarvoor hij meer ruimte kreeg in het pand Diefsteeg 11a, dat hij in 1922 betrok.

Op 26 augustus 1925 trouwde hij met de 34 jaar oude Duitse niet-joodse Erna Augusta Bertha Prigge in welk jaar ook hun enige kind, Jakob Israël, op 14 december werd geboren[13]. Na zijn naturalisatie in mei 1927[14] vestigde hij zich later in dat jaar in het strategisch gelegen winkelpand Kort Rapenburg 17. Behalve boekhandelaar en antiquaar was hij toen ook sinds korte tijd uitgever. Enige jaren later, in 1933, opende hij ook nog een filiaal aan de Stationsweg 24. In 1936 scheidde zijn vrouw zich van hem[15], maar zij bleef zakelijk betrokken bij de boekwinkel.
Tijdens de Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog probeerde Ginsberg in februari 1941 tevergeefs zijn boekhandel te laten overnemen door zijn ex-vrouw Erna Prigge[16]. Vijf maanden later, op 17 juli 1941, werd in het kader van de Verordening tot Verwijdering van Joden uit het Bedrijfsleven H.O.Wijers als Verwalter [bewindvoerder] aangesteld van ‘J. Ginsberg Universiteitsboekhandel en Antiquariaat’[17]. In diezelfde maand ‘verhuisde’ Ginsberg naar de Diefsteeg 6a[18]. Hij zou het aanbod van verschillende Leidenaren om onder te duiken hebben afgewezen[19]. Op 23 september 1943 werd hij in Leiden opgepakt[20] en via Vught direct naar Auschwitz[21] gedeporteerd waar hij op 18 november van dat jaar werd vermoord.

Na de oorlog kreeg de zoon op 17 mei 1945 de zeggenschap over het pand aan het Kort Rapenburg 17[22] terug[23] en zette hij tot 1967 samen met zijn moeder de boekhandel voort. Daarna deed hij dat alleen. Erna Ginsberg-Prigge, zoals zij zich bleef noemen, stierf in 1976 in Oegstgeest. Jacob Israël stierf in 1993, ongehuwd en kinderloos. Of hij documenten uit het bezit van zijn ouders aan zijn erfgenamen heeft nagelaten is onbekend.

Op 16 oktober 2024 werd er op initiatief van Jan Paul Hinrichs, Aad van Maanen en Hans van de Velde bij Kort Rapenburg 17 een stolperstein geplaatst. Jan Paul Hinrichs hield een toespraak en Leo Levie sprak het kaddisch uit.

Portret van Jakob Ginsberg, getekend door Bernd Sanson (c) Archief familie Sanson.

Noten:

[1] 13 februari is zijn geboortedatum volgens de gregoriaanse, 1 februari volgens de juliaanse kalender, die in Rusland tot 1918 in gebruik was. Op de bewaard gebleven, door hem zelf ingevulde administratieve documenten staat meestal 1 februari vermeld.
[2] Zijn vader heette Hersch heib [leib?] Ginsberg en zijn moeder Chara Sura Grinberg
https://www.openarchieven.nl/elo:9e0261d0-332d-8c80-1463-6740e70b0cda/nl
[3] Annie Romein Verschoor Omzien in verwondering. Herinneringen Amsterdam, 1970-1971. 2 Dln. Deel 1, blz.146.
[4] https://images.memorix.nl/ams/download/fullsize/5c74ff30-c668-3d4e-8dba-f95c8fa3a41f.jpg
[5] Uit navraag bij de Archives d’Alsace in Straatsburg is gebleken dat de bewaard gebleven documenten betreffende ingeschreven studenten van de Kaiser Wilhelms-Universität alleen daar zijn in te zien en dat zij bovendien niet alfabetisch op persoonsnaam te doorzoeken zijn. De hoop dat ooit informatie over zijn eerste inschrijving zal worden gevonden is daarmee heel gering.
[6] In zijn correspondentiejournaal schrijft Pijper op 2 februari 1932 ‘Ginsberg: […] bijna 20 jaar vriendschap’ (UBL Guillaume Frédéric Pijper archive and collection: Or. 27.654 : B 1). Uit deze periode is helaas geen correspondentie tussen beide vrienden bewaard gebleven. Zie voor een beknopte beschrijving van het leven van Pijper het begin van de inventaris van zijn nalatenschap: Collection: Guillaume Frédéric Pijper archive and collection | Collection Guides | Leiden University Libraries.
[7] https://images.memorix.nl/ams/download/fullsize/5c74ff30-c668-3d4e-8dba-f95c8fa3a41f.jpg
[8] Na deze inschrijving volgden er nog vier. De laatste is gedateerd 1 november 1918. In het bewaard gebleven bestand met kaarten waarop de betalingen van het collegegeld werden genoteerd ontbreekt die van Ginsberg. Kennelijk had hij daarvoor vrijstelling gekregen (a). Of hij zijn studie heeft voltooid is onbekend. – Betreffende zijn komst naar Nederland zijn geen documenten overgeleverd. Er bestaat wel een overlevering, die terug gaat op de oudtestamenticus M.A. Beek (1909-1987), die Ginsberg nog persoonlijk heeft gekend (b). Volgens die overlevering heeft Snouck Hurgronje Ginsberg uit zijn internering bevrijd nadat ‘Ginsbergs leermeesters hem bij de grote Arabist [Snouck Hurgronje. HvdV] aanbevolen [hadden]’ (c). Maar in de bewaard gebleven brieven van Enno Littmann (1875-1958), de enige leermeester van Ginsberg in Straatsburg met wie Snouck Hurgronje toen correspondeerde, blijkt geen enkele betrokkenheid van Littmann of, indirect, van één van diens collega’s bij het organiseren van het vertrek van Ginsberg naar Nederland (d). Het is daarom waarschijnlijker dat Pijper zijn leermeester Snouck Hurgronje de wanhopige situatie van zijn vriend onder de aandacht heeft gebracht in de gegronde hoop dat die hem daaruit zou kunnen bevrijden. Want de hem welgezinde Snouck Hurgronje was niet alleen hoogleraar Arabisch, maar ook regeringsadviseur op het gebied van de Islam in Indonesië en kon in Den Haag daarom enig gezag doen gelden. Die moet hij in staat geacht hebben Ginsberg als politiek vluchteling erkend te krijgen en hem bij de universiteit van Leiden vrijstelling te laten verlenen van het betalen van collegegeld, zodat hij zijn studie kon voortzetten. Wellicht kan de motivering van het besluit van de minister, waarnaar op elke inschrijfkaart wordt verwezen, dit vermoeden bevestigen. Het is echter nog niet gelukt die besluiten in enig dossier van het Ministerie van Binnenlandse Zaken of van Onderwijs terug te vinden.
  • a UBL Archief inzake de studenteninschrijvingen (AST), 39-41 en 141-144.
  • b M.A. Beek Wegwijzers en wegbereiders. Een halve eeuw oudtestamentische wetenschap Baarn. 1975, blz. 6
  • c Johannes Tromp M.A.Beek en de historische kritiek. Verschenen in: Quisque Suis Viribus 1841-1991. 150 jaar theologie in dertien portretten. R.B. ter Haar Romeny en Joh. Tromp Ed. Leiden, 1991. Tromp heeft mij schriftelijk meegedeeld dat hij die informatie heeft gekregen van de Leidse theoloog en godsdienstfilosoof H.J. Heering (1913-2000), die Beek heeft gekend.
  • d UBL Or. 8952 A: 600.
[9] https://images.memorix.nl/ams/download/fullsize/5c74ff30-c668-3d4e-8dba-f95c8fa3a41f.jpg
[10] Leidsche Courant 18 november 1916 https://leiden.courant.nu/issue/LC/1916-11-18/edition/1/page/2?query=ginsberg&sort=issuedate%20ascending
[11] Zie voor een overzicht van de adressen waar hij zowel in Amsterdam, Den Haag en Leiden heeft gewoond ‘De woonadressen van Ginsberg’
[12] Zie de brieven 6 (7.10.1919) en 7 (10.10.1919) aan Pijper.
[13] Zie brief 9 (2.3.1926) aan Pijper.
[14] https://repository.overheid.nl/frbr/sgd/19261927/0000296125/1/pdf/SGD_19261927_0000136.pdf
https://images.memorix.nl/ams/download/fullsize/5c74ff30-c668-3d4e-8dba-f95c8fa3a41f.jpg
[15] Zie brief 13 aan Pijper (15.2.1937) 
[16] Jan Schilt Hier wordt echter het belang van het boek geschaad. Het Nederlandse boekenvak 1933-1948 Amsterdam: Jan Mets. 1995. blz. 166
[17] Adriaan Venema Schrijvers, uitgevers & hun collaboratie Deel 4 Uitgevers en boekhandelaren Amsterdam: De Arbeiderspers. 1992. blz.139
[18] Bron: woningkaart Erfgoed Leiden.
[19] Schoonheim, P., J. Ginsberg: antiquaar, en boekverkoper. In: Frons: blad voor Leidse classici, Jaargang 28 (2008), Nr.2, blz. 20-24
[20] Politierapporten: https://dossier071.hicsuntleones.nl/tekst?q1=ginsberg&cat=&startdatum=1940-01-01&einddatum=1945-12-31
[21] https://www.joodsmonument.nl/nl/page/705620/m%C3%A9%C3%A9r-over-het-transport-van-15-november-1943-van-vught-naar-auschwitz
[22] Het filiaal op de Stationsweg 24 was tijdens een bombardement op 11 december 1944 volledig verwoest.
[23] Adriaan Venema Schrijvers, uitgevers & hun collaboratie Deel 4 Uitgevers en boekhandelaren Amsterdam: De Arbeiderspers. 1992. blz. 515

 

Hans van de Velde – 20 augustus 2025

 

naar de inhoudsopgave over Jakob Ginsberg