In dit artikel schrijft de Leidse archeoloog Ivar Schute over opgravingen in Sobibor waar hij bij betrokken was en over het museum dat daar is gebouwd.
Vervolgens gaat hij in op de beugelsluiting van de Leidse firma Kingma die bij deze opgravingen is gevonden.
Op reis naar het museum in vernietigingskamp Sobibor: een vondst uit Leiden
geschreven door Ivar Schute
Ik was archeoloog en op latere leeftijd gespecialiseerd in onderzoek naar Nazi-concentratiekampen en vernietigingskampen. Dat begon allemaal met kamp Amersfoort en Westerbork. Ik heb meerdere keren in die kampen opgegraven, het laatste in 2018 toen we in Amersfoort nog een barak opgroeven. Ook deed ik onderzoek in Vught, Bergen-Belsen (Duitsland) en de vernietigingskampen Treblinka en Sobibor, beide nu in Polen, en nog wat kleinere kampen in diverse landen. In Polen groef ik de gaskamers op, deel uitmakend van een Engelse ploeg (Treblinka) en Pools-Israëlisch ploeg (Sobibor). Sobibor was mijn ‘topproject’, daar groef ik van 2013 tot en met 2017. Dat had allemaal te doen met de bouw van een museum.
In 2021 had ik een hersenbloeding, toen was het afgelopen met opgraafwerk, maar het museum in Sobibor had ik nog niet af gezien, en ik wilde toch daarheen. In oktober 2024 ben ik er geweest met een vriend. Ik kon Edwin zover krijgen om mijn chauffeur te spelen, en hij was nieuwsgierig want hij was er nog nooit geweest. Sobibor moet je weten, ligt vijf kilometer van de Poolse grens met Oekraïne… Dat zagen we, in hotels en restaurants. Daar zaten Poolse militairen.
Wat is kamp Sobibor? Ik heb er een boek over geschreven, In de schaduw van een nachtvlinder (2020). Daarin schreef ik dat een vernietigingskamp zoals Sobibor is, eigenlijk helemaal geen kamp is. Rijen barakken kom je daar niet tegen, het is ontzettend klein. Het is gemaakt om mensen te vermoorden, simpel.
Het oprichten van het herinneringscentrum Sobibor, het museum, waarvan het archeologisch onderzoek deel uitmaakte, was een samenwerkingsverband tussen vier landen: Israël, Nederland, Polen en Slowakije. De deelname van Israël en Polen hoeft niet uitgelegd te worden, die van Nederland en Slowakije hing samen met het grote aantal slachtoffers uit die landen. De transportlijsten vanuit Westerbork zijn bewaard gebleven en het is daarom dat we weten dat er 34.313 mensen naar Sobibor op transport zijn gesteld. Achttien daarvan hebben het overleefd. Voor Nederland is het in grootte het tweede massagraf, na Auschwitz-Birkenau. Het totale aantal slachtoffers in Sobibor wordt tegenwoordig op ruim 170.000 mensen geschat.
Om het even samen te vatten: kamp Sobibor was een vernietigingskamp dat lange tijd vergeten en verwaarloosd is. Niet dat er veel aan kon vervallen: na de beruchte opstand en ontsnapping van een paar honderd dwangarbeiders op 14 oktober 1943 is het kamp direct door de Nazi’s afgebroken en de plek gecamoufleerd. Van de ontsnapten overleefden ongeveer vijftig de oorlog. Het herinneringscentrum staat middenin het voormalig kamp, langs het spoor, langs de zone met de sorteerbarakken waar de slachtoffers vanuit de treinen in een directe lijn heen werden geleid. Deze zone vormde het zenuwstelsel van wat vernietigingskamp Sobibor was, een plek waar spullen werden geroofd en mensen naar de dood werden gestuurd. Vanuit het kamp liep de Himmelfahrtstrasse, een pad tussen hekken, in een hoekige halve cirkel naar de gaskamers en de massagraven een paar honderd meter verderop in beschutting in het bos, het feitelijke moordcentrum. Daar hebben we opgegraven…

Het museum van vernietigingskamp Sobibor.
Het museum was af, maar wat vond ik ervan? Op een schaal van 10 misschien een 8 of 9. Ik was absoluut gecharmeerd van het museum en de aankleding van het landschap. Ik weet dat er mensen zijn die er niet zo gecharmeerd van zijn, maar het kon toch veel erger.
Ik heb van 2013 tot 2017 als archeoloog bij de opgraving gewerkt, samen met de Pool Wojciech Mazurek en de Israëliër Yoram Haimi. Wij hadden het museum als opdrachtgever, iets wat moeizaam ging. Ik wil twee dingen naar voren halen. In de eerste plaats: het museum staat, mijn inziens, op de verkeerde plek. Laat me dat uitleggen. Dit museum wil iets uitleggen: Sobibor is een vernietigingskamp. Logisch, maar wat de historici niet doen, is over het archeologisch erfgoed waken bij het inrichting van hun ruimte. Wij hebben in kamp 2[1] moeten graven tot er helemaal niets meer te vinden is. Je hebt de vondsten en de documentatie die dan overblijven. Nog geeneens een boek, of een serie artikelen. Het ziet er ook niet naar uit dat die alsnog gaan komen. Je moet als je een vernietigingskamp gaat opgraven, ontzettend voorzichtig zijn. Je kunt het maar één keer opgraven. Zoals je de funderingen van de gaskamers ziet, dat is goed gedaan. Wij hebben die funderingen opgegraven, maar lieten de muren netjes blijven zitten. Het museum dekte deze af, met uitsparing van twee cassettes waar je de stenen kunt zien. Op deze afdekking hebben ze de muren verbeeld, voor iedereen te zien en te begrijpen. Het archeologisch erfgoed is gewaarborgd en tòch opgegraven. Dát is hoe het zou moeten.

Een deel van de fundering van de gaskamers in 2014.

De gaskamers van Sobibor met de muren uitgespaard in steen. De twee cassettes zijn uiterst links en uiterst rechts.

Een cassette met daarin de echte bakstenen funderingen van de gaskamers.
Op kamp 2 hebben wij alles opgegraven tot er niets over was, alleen omdat het museum – het gebouw en de parkeerplaats – daar zou komen. Dat leek ons een slecht plan. Het archeologisch erfgoed is het allerlaatste wat je in Sobibor hebt. Je moet voorzichtig zijn als je als archeoloog onderzoek doet. Dat is nieuw en een beetje wennen. Mensen die Sobibor bezoeken, hadden altijd het benul dat daar niets meer te zien was. Het kamp was toch afgebroken? Dat is ook waar, behalve de funderingen. Daar moet je een archeoloog oog voor hebben: die zitten overal… En wij als archeologen zeiden dat die funderingen blootgelegd moesten worden, maar niet ‘afgewerkt’. Laten zitten! Maar dat betekent dat het museum een andere locatie moest hebben, namelijk ten zuiden van het Vorlager, was ons idee.[2] Het museum in kamp 2, dat de Holocaust moet tonen, heeft de laatste resten tijdens de bouw ervan volledig vernietigd… Vergelijk het eens met Westerbork, Bergen-Belsen of Treblinka. Daar staat het museum buiten het kamp, dat had ook zo gemoeten bij Sobibor. Daar is nu niets meer aan te doen.
Het tweede punt van kritiek is de inrichting van het museum zelf. De ruimte is verdeeld in vijf ruimtes, namelijk de vernietiging van de Joden, deportatie naar Sobibor, het kamp, het verzet en de plaats van de misdaad of de plaats van herdenking. Die vijf ruimtes circuleren om een centraal staande vitrine: een meter breed en circa 25 meter lang, vol met archeologische vondsten. Als je het museum inloopt dan begint die vitrine, en aan het andere eind van die vitrine liggen vondsten uit kamp 3, het einde met de gaskamers en massagraven. Als je als archeoloog opgravingen doet, dan valt kamp 2 tegenover kamp 3 ontzettend op. De Joden moesten van kamp 2 naakt de Himmelfahrtstrasse doorlopen om in kamp 3 te komen. Wat heb je naakt nog bij je? Een ring of een ketting? En na de gaskamers zijn er nog gouden tanden of een gebitsprothese. Dan zijn er ook nog spullen van het Sonderkommando die een barak hadden die wij opgegraven hebben, althans de paalsporen (het fundament). Dit onderscheid tussen de zone met het perron en de gaskamers, toch zo’n 250 meter van elkaar, is helemaal niet gemaakt? Bijvoorbeeld naamplaatjes, twee Amsterdamse kinderen hebben een naamplaatje gehad. Dat van David Zak werd gevonden naast de gaskamers en het plaatje van Lea Judith de la Penha pal naast het perron. Er zit een heel ander verhaal tussen beide plaatjes. Dat onderscheid zie ik niet, en dat vind ik jammer.

De vitrine met archeologische vondsten van Sobibor.
Ik ben niet alle dagen van de opgraving aanwezig geweest, dat was niet te doen. We hebben 60.000 vondsten verzameld, daarvan heb ik de meesten wel gezien, maar sommige ook niet. En in die vitrine lag een serie beugelsluitingen van vooral bierflessen. Ik keek even, en mijn blik viel op een beugelsluiting van de firma Kingma uit Leiden.[3] Ik woon in Leiden, maar ik had tussen al die vondsten niets uit Leiden gevonden…

De beugelsluiting van de Firma Kingma uit Leiden, gevonden in vernietigingskamp Sobibor.
In de nacht van 5 op 6 maart 1943 vond in Leiden de eerste razzia plaats. Een jaar eerder waren de Leidse Joden al opgeroepen om zich ‘vrijwillig’ te melden, maar nu ging het met de nodige dwang. Bijna anderhalve week later op 17 maart vond de tweede razzia plaats. Alle nog niet ondergedoken Leidse Joden werden op deze twee dagen naar het doorvoerkamp Westerbork gedeporteerd. Na Westerbork volgde vernietigingskamp Auschwitz en Sobibor, en daarna niets meer.
In Leiden woonden ruim 490 joden, daarvan werden tenminste 271 vermoord. In Sobibor werden 177 Leidse joden vermoord. Dat waren er meer dan in Auschwitz. En van die 177 vermoorde joden, had ik niets gevonden, geen naamplaatje, niets, totdat ik dus die beugelsluiting aantrof.
Achter Kingma schuilt een handel in zuivelproducten zo leerde ik, vooral door zijn grote bekendheid met slagroom en yoghurt, ‘met betegelde winkel en fabriek’. Oorspronkelijk kwam de Firma H. & T. Kingma uit Meppel, maar in 1917 kochten ze een filiaal in Leiden: Oude Vest 197. Dat was niet de eerste keer dat er op dat adres een melkbedrijf was. Adrianus Menken had rond 1900 een melkhandel en -fabriek. Dat was degene die uitbreidde en de panden nummer 199, 201 en 203 toevoegde. De zaak groeide en in 1915 had je voor het eerst gepasteuriseerde melk. In 1916 ging zijn zwager die een garagebedrijf had, failliet. Dat was de financiële ondergang van Adrianus Menken omdat hij borg stond voor hem. In 1917 verkocht hij het bedrijf aan de Oude Vest dus aan de Firma Kingma. Kingma had advertenties in het Leidsch Dagblad speciaal in die jaren: ‘Dagelijks versche prima Roomboter, Roomkarnemelk en Gepasteuriseerde Flesschenmelk voorradig’ of ‘Roomboter met Rijksmerk en verschen room in elke gewenschte hoeveelheid’. In 1921 staat te lezen dat de N.V. Melkinrichting[4] ‘De Toekomst’ is opgeheven en dat de ‘Bronstee Modelmelk’ en yoghurt gaat over naar Kingma. Op een boerderij in Heemstede werd de Bronstee Modelmelk, zuivere koemelk en melkproducten, geproduceerd en verkocht. Dat was in eerste instantie zo succesvol dat Kingma zich er mee bemoeide, voor de markt in Leiden. In 1928 werd de suikervrije melk geïntroduceerd, naar een recept van dokter Pohlmann en dokter Rassers voor diabetespatiënten: ‘In tegenstelling met de tot nu toe in den handel verkrijgbare suikerarme melk die eigenlijk den naam van melk niet verdient, bevat deze melk alle bestanddelen, uitgezonderd de voor den suikerlijder schadelijke melksuiker.’ Dat laat onverlet dat de Firma Kingma in 1936 een doorstart moet maken. Op 2 januari staat te lezen: ‘…een oud woonhuis met zuivelinrichting een geheel veranderd en gemoderniseerd aspect verkregen, dat door heldere kleur en forsche lijn zeker opvalt. [..] Het bedrijf, dat aan de modernste eischen voldoet, staat onder leiding van den heer A. Cancrinus, die reeds hier sinds 1917 samenwerkte met de gebr. Kingma tot 1926, waarna hij alleen de zaken onder den ouden firmanaam heeft voortgezet.’ Die directeur woonde in dezelfde straat als ik nu, de Witte Rozenstraat. Op 1 maart 1941 staat in het handelsregister van de Kamer van Koophandel een wijziging te lezen, dat uittredend eigenaar van de Firma Kingsma de heer A. Cancrinus is, maar op 17 maart 1945 staat in de archieven van de gemeente Leiden te lezen dat de heer A. Cancrinus een kleine uitbreiding wil van het perceel. De gemeente gaf geen toestemming. Dat is het laatste bericht van de Firma Kingma. Overigens is in 1942 het faillissement al uitgesproken van de firma in Meppel. De panden aan de Oude Vest zijn gesloopt, omdat in de zeventiger jaren de Pelikaanstaat en Pelikaanhof werden gerealiseerd.

Firma Kingma, foto uit 1967. Het zijn vier panden links.
Maar wat voor een verpakking is die beugelsluiting nu geweest? Zo’n beugelsluiting is meestal voor bier of frisdrank. Er ligt nog een Nederlandse beugelsluiting in de vitrine van het museum, er staat op ‘NV. C. Polak Gzn. Groningen’. Dat is een heel verhaal. Calmer Gerson Polak, uiteraard een Jood, was de zoon van Gerson Nathan Polak en maakte het bedrijf groot door de productie van limonadesiropen in Groningen. Calmer stierf voor de oorlog en zijn zoon David Polak overleefde de oorlog doordat hij in de Verenigde Staten ging wonen. Een van zijn dochters, Bertha, niet, omdat zij zelfmoord met haar man en vier kinderen pleegde doordat zij gas gebruikten. Het jongste kind overleefde, zijn wieg stond bij een open raam.
In 1931 trok David Polak zich terug uit het bedrijf. Zijn rol werd overgenomen door Herman Sanders, die vermoord werd in Auschwitz. Een van zijn zussen, de 63-jarige Mietje Jacoba Roos-Polak, werd op 9 april 1943 in Sobibor vermoord samen met haar kind, Bertha Jacoba Prins-Roos. Zou die Groningse beugelsluiting van die twee vrouwen geweest kunnen zijn?
De Leidse beugelsluiting is oorspronkelijk misschien van een fles met gepasteuriseerde melk geweest. Flessen melk werden gepasteuriseerd door ze in bakken warm water te plaatsen en ze daarna met een beugelsluiting te sluiten. Dat riep de nodige weerzin op: verteerde ringen en roestige beugels. Vanaf 1929 kwamen de nieuw ontwikkelde flessen met een wijde opening. Eigenlijk kan het dus geen fles met gepasteuriseerde melk geweest zijn, maar de beugelsluiting is in 1943 in Westerbork en Sobibor geweest. Kan er water ofzo in hebben gezeten? Ik ga er maar even vanuit dat deze fles ook daadwerkelijk een bezit van een Leidenaar is geweest. Dan zou de beugelsluiting het enige spoor zijn van 177 Leidse slachtoffers in Sobibor…
Literatuur en websites
Erik Schumacher, 2024. Sporen van Sobibor. Archeologie van een vernietigingskamp. Uitgeverij WBooks, Zwolle.
Ivar Schute, 2020. In de schaduw van een nachtvlinder. Een archeoloog op zoek naar sporen van de Holocaust. Uitgeverij Prometheus, Amsterdam.
Johan Soetens, 1999. In glas verpakt, kunst, kitsch en koopmanschip. De Bataafse Leeuw.
https://melkflessen.nl/nederland.html
https://www.geheugenvandrenthe.nl/kingma-boterfabriek-export-h-t
https://ilibrariana.wordpress.com/2012/02/15/modelboerderij-bronstee
https://www.joodsamsterdam.nl/c-polak-gzn-ranja
[1] Dat deel van het kamp waar de Joden met de trein aankwamen. Ze moesten hun spullen afgeven en naar door de Himmelfahrtstrasse lopen naar hun dood in de gaskamers in kamp 3.
[2] Het Vorlager is deel van het kamp waar de Nazi’s verbleven, vlakbij het perron.
[3] Een stukje historie heb ik nagezocht in de archieven van Erfgoed Leiden en Omstreken.
[4] Inrichting is in die jaren een gebruikelijke term voor wat nu fabriek of bedrijf heet.
gepubliceerd op de website: maart 2026
