Voordracht mw. rabbijn Marianne van Praag Leiden 12 april 2026

Mw. rabbijn Marianne van Praag bij de jaarlijkse herdenking Jodenvervolging Leiden en omstreken op 12 april 2026

 

Goedenavond.

Ten eerste wil ik u bedanken voor de uitnodiging om hier te mogen staan en vind ik het altijd prachtig als in een kerk wordt gesproken over onze chazan of onze rabbijn. De tijden zijn wel eens anders geweest. Het thema van vandaag, het verleden is voor later.
De woorden die u bij de inleiding gesproken hebt sluiten feilloos aan, of beter, ik sluit feilloos aan op de vraag waarom we zouden moeten gedenken.
Gedenken is o zo belangrijk. En gelukkig zie ik (ik heb niks tegen grijs haar) ook mensen die nog geen grijs haar hebben. Dat is natuurlijk het allerbelangrijkste. Dat de nieuwe generatie ook het besef heeft hoe belangrijk het is om te gedenken.

Mw. rabbijn Van Praag houdt haar voordracht in de Petruskerk

 

Het Hebreeuws is een heilige taal en er is een woord, dat betekent vooruit, het woord kadima. Nou ben ik altijd gewend om vooruit te kijken en niet achteruit. Deze dagen word je wel gedwongen om achteruit te kijken. Nou is de kern van het woord kadima, is kedem. En dat betekent voorheen, vroeger.
Hoe is het mogelijk dat een woord vooruit gebaseerd is op het woord vroeger? Dit betekent dat we eigenlijk met onze rug naar de toekomst lopen en met ons gezicht naar het verleden. We weten wat er gebeurd is. We weten niet wat er komen gaat. Des te belangrijker dat we ons realiseren en dat we weten wat er gebeurd is.
De enige manier om dat te kunnen bereiken is door het te gedenken. Te vertellen. Juist vandaag, waar zoveel verkeerd lijkt te gaan.

Je wordt er wel eens moedeloos van. Want je denkt, waar gaat het allemaal naartoe. Nou heb ik één troost. Ik weet niet of het een troost is. Als we vanaf het hele begin de verhalen van de Bijbel bekijken en die Bijbel niet zozeer zien als een geschiedenisboek, maar als het verhaal van de mensheid zoals de mens was, is en zal zijn, is dat altijd een op- en neergaande lijn geweest. We zijn verwend geraakt. We wisten het allemaal wel, we begrepen het. We zaten in de opbouw en we gingen door en wij dachten dat we wisten hoe het moest. Dat die wereld overal zou reageren zoals wij reageren. Dat iedereen zou begrijpen dat wij wisten hoe het moest. We konden dus van alles afbouwen met de arrogantie dat het wel beter zou zijn, beter zou gaan. Terwijl die boeken ons allemaal laten zien dat er altijd weer ook een neergaande lijn na het opklimmen op de berg is.
We hebben net het Joodse paasfeest gehad, Pesach. Het verhaal wat we vertellen is van de uittocht uit Egypte. Nou gingen de Israëlieten chatzot. Om twaalf uur ‘s nachts gingen ze weg. Nu ben ik een heel erg praktisch type. Dus ik denk, als je weggaat, waarom dan om twaalf uur ‘s nachts? Waarom wacht je niet gewoon op de volgende ochtend acht uur? Dat is toch veel praktischer.
Nu was het wel volle maan, dat scheelde een beetje. Maar waar ‘twaalf uur’ staat, dat is het moment dat de knop omgaat naar een nieuwe dag. Er breekt een nieuwe periode aan.
En zo konden ze een nieuwe periode ingaan op dat symbolische tijdstip van twaalf uur in de nacht. Wij kunnen dat ook. Wij in onze tijd, waar we zoveel mis in gaan, zoveel polarisatie, je bent voor of je bent tegen. Nuance bestaat niet meer. Dat je denkt, is er dan niemand meer die gewoon nadenkt? Die gewoon ook zijn mening geeft, als hij ergens niet mee eens is? Dan vrees ik dat we altijd, laat ik het een beetje ruim nemen, twintig procent aan de ene kant en twintig procent aan de andere kant horen. Maar die zestig procent daartussenin, die horen we niet. En dat bent u. U zit hier. En ik geef u vandaag huiswerk mee. Huiswerk om dat onrecht wat er gebeurt vandaag de dag, om dat tegen te gaan.

Vaak wordt men wel eens moedeloos, ‘het is zo groot, wat voor verschil maak ik nou? Wat kan ik nou doen?’
Ik heb geleerd, kijk naar wat je wel kan. En niet naar wat je niet kan. Ieder mens krijgt lessen in zijn leven. Ieder bewandelt zijn eigen pad. Als je op dat pad loopt, kom je dingen tegen. En je komt de dingen niet voor niets tegen.
Die dingen die op je pad komen, moet je met twee handen aangrijpen. Het Jodendom is een hele simpele religie. Er wordt niet zo heel veel van de mens verwacht. We hebben slechts 613 regeltjes, ge- en verboden, waar we ons aan moeten houden. Dan durf ik toch te zeggen dat het jodendom geen dogmatische religie is. Helemaal niet. Er zijn gelukkig een aantal regels die voor de hogepriester in de tempel waren. De tempel bestaat niet meer, dus die regels hoeven we niet te houden. Er blijven er toch nog wel een paar over. Waar zijn die regels voor?
Als wij ons aan die regels zouden houden, zouden we een rechtvaardige wereld hebben;
dan zouden we weten hoe we met onze medemens om moeten gaan;
dan zouden we weten hoe het is met de vreemdelingen binnen onze poorten en hoe we met hen moeten omgaan;
hoe we met het vee moeten omgaan;
hoe we met het land moeten omgaan. We zouden geen CO2 problematiek hebben.

Waarom haal ik dit allemaal aan, als wij, zoals vanavond, de 250 gedeporteerde Joden hier uit Leiden herdenken.

Opdat het niet voor niets is geweest.
Ja natuurlijk is het voor niets geweest, wat zou een reden kunnen zijn om hen te mogen vermoorden. Maar welke les kunnen wij eruit leren? Wat moeten wij ermee? Zolang we de namen blijven noemen, blijven ze leven, is een bekend gezegde.
Er is een heel klein mooi gedichtje geschreven door rabbijn Awraham Soetendorp.

omdat jij bent geweest
waar jij bent geweest

en ik nu ben
waar ik nu ben

zal ik nooit helemaal kunnen zijn
waar jij bent geweest

en jij nooit helemaal kunnen zijn
waar ik nu ben

maar we kunnen elkaar het verhaal vertellen
en dat zal voldoende zijn.

Met de regels die we hebben, dat we voor een rechtvaardige wereld moeten werken. Dat ieder individu deze regels zal moeten houden. Zal moeten erkennen. En daar hoeft je niet joods voor te zijn. Het zijn universele regels. Het is de enige manier om de wereld te repareren.

Er is een begrip, tikoen olam, herstel van de wereld. En alleen wij, crossroads up, kunnen doen wat we kunnen doen en – macht is een negatief woord maar – macht hebben we op een positieve manier. Wij kunnen het verschil maken. Er wordt niet voor niets gezegd wie één mensenleven, redt de wereld. Zoals we ook gezegd hebben, er zijn geen zes miljoen Joden vermoord, er is zes miljoen keer een Jood vermoord. Ieder met zijn eigen verhaal.

En zoals u hier zit, komt u mensen tegen. Ik noem een voorbeeldje. De straatkrantverkoper. Die kent u denk ik hier in Leiden ook, wij in Den Haag hebben ze, maar ik denk in Leiden ook. Daar kun je op verschillende manieren langs lopen. Je kan denken, oh daar ga ik weer. Ik heb geen zin of ik heb geen geld bij me. Je hoeft niet altijd te geven. Je kunt ook zeggen, zullen we even een kopje koffie drinken? Vertelt u uw verhaal eens. Waar komt u vandaan? Hoe is het met u? Zie die ander als de mens, want dat is waar het om gaat.
Zoals de Frans-Joodse filosoof Levinas gezegd heeft, een beetje gechargeerd. Waar is God? God is in de ogen van de ander. Zoals wij hier zitten te herdenken, moeten we ons bewust zijn dat we de ander in de ogen kunnen kijken. Dat we de ander in de ogen moeten kijken. Niet bang zijn. Openstaan. De empathie hebben. Om te luisteren naar het verhaal van de ander. En niet je eigen verhaal willen doen en dan doorlopen. Nee, de ander wil gehoord en gezien worden.

En dat betekent niet dat u altijd nu, omdat u een kopje koffie zou hebben gedronken met de straatkrantverkoper, altijd weer die verplichting hebt. Maar als u die persoon dan weer tegenkomt en dus kan zeggen, hoe is het met uw moeder of met uw vader, waar u vandaan komt, maakt alle verschil in de wereld. Als we de ander niet zien als een object, als een sta-in-de-weg, maar als mens.
In het Yiddisch is er een woord voor, ja, als ik zeg, a mensj, dan is dat letterlijk vertaald, een mens. Maar het heeft een veel diepere betekenis. Het is een mens met extra empathie, met extra begrip, met gevoel voor de ander.
Wij, zoals we hier vandaag zitten, kunnen dat opbrengen. En dat is mijn huiswerk aan u. Degene die u tegenkomt, die komt niet voor niets op uw pad. Daar is een reden voor. Wij mensen begrijpen niet alles, we kunnen niet alles begrijpen. En dat is maar goed ook. Maar we zijn zo gewend, kijken naar wat er moet en wat er kan. En het moet bewezen worden. En als het niet bewezen wordt, dan is het niet zo. Maar ik denk aan die zachte krachten. Ik denk aan het niet te bewijzen contact wat er wel is tussen mensen.
‘Wat toevallig dat ik je nou net tegenkom. Ik loop de hele dag aan je te denken.’ of
‘Ik sta er met de telefoon in mijn hand om je te bellen en dan bel je mij.’
Hoe toevallig?
Nee, het valt je toe.

We begrijpen het niet, maar het is zo. En dan is mijn vraag aan u allen. Als u naar huis gaat, en morgen, en overmorgen, en niet alleen in deze tijd van het jaar, en de ander die u tegenkomt, al komt die uit een hele andere cultuur, kijk er eens naar, luister er eens naar, om te voorkomen dat we in diezelfde angsten vervallen waar men eerst in verviel. Juist die zaken die het zo verschrikkelijk hebben gemaakt. Mensen die wegkeken, mensen die niets durfden te zeggen. U bent de zestig procent, de zestig procent die goed functioneert, die toch doet wat ze moeten doen. Maar wij hebben ook een stem nodig, niet alleen het goede doen. Wij hebben uw stem nodig.
En dan kan ik allerlei moeilijke verhalen gaan ophouden van hoe op dit moment het antisemitisme weer omhoog schiet enzovoort. Het is nooit weggeweest, dat weten we. Maar soms is het in de mode om er wat meer voor uit te komen dan anders. Ja, het zij zo. Maar dat geeft ons extra motivatie om te laten zien a we zijn er nog; b wij zijn geen karikatuur van onszelf; c u hebt ons nodig zoals wij u nodig hebben. Want wij zijn alle mensen bij elkaar.
Ik vergelijk de mensheid als een schitterend boeket bloemen. Wat maakt een boeket bloemen zo mooi? Iedere individuele bloem is mede verantwoordelijk voor de schoonheid van dat boeket. Het kan via muziek. Het kan via kunst. Maar het kan ook, en dat is het allerbelangrijkste, want dat is wat we dagelijks tegenkomen, van mens tot mens. Er met elkaar te zijn en er voor elkaar te zijn.
Als je ziet dat iemand valt, een ouder iemand of een jonger iemand valt op straat, dan stop je ook om te helpen, neem ik aan. Als je onrechtvaardigheid tegenkomt, kijk wat je doet. Wees niet onbezonnen, dat je iets heel doms gaat doen, maar desalniettemin maar we zijn er met elkaar en we zijn er voor elkaar. Dat is de reden waarom we hier in de kerk zitten. Dat is waarom we hier met elkaar herdenken. Opdat het niet voor niets gaat.

We blijven de namen noemen. Juist ook als er geen familie meer is die de namen kan noemen, juist als er mensen zijn die geen graf hebben, die geen plek hebben, blijven we ze herdenken. Juist om tegen te gaan, dat al die mensen voor niets verdwenen zijn.

Nogmaals, dit is mijn opdracht aan u, aan ons allemaal. Opdat wij met elkaar, wel of niet hand in hand, openstaan voor elkaar, naar elkaar luisteren. Laat dat de boodschap zijn en niet wachten op een paar hoge heren die daar op de een of andere manier proberen hun wil door te drammen. Wij hebben ook wat te zeggen, wij kunnen wat, we kunnen een heleboel. Als we ons maar bundelen, onze krachten bundelen, met elkaar gaan voor de goede zaak. Dat betekent niet dat je het allemaal met elkaar eens hoeft te zijn. Maar laat dan in vrede de discussie losbarsten. Met respect en met begrip.

Trouwens op de valreep, ik heb een oplossing voor het Midden-Oosten. Niemand gelooft me ooit, maar niemand luistert naar me. Als er van twee kanten mensen zijn – en die zijn er een heleboel, alleen dat horen we niet in de media – die elkaar in de ogen kijken en elkaars pijn erkennen, dan pas kom je een stap verder.
Er zijn een heleboel van dat soort initiatieven. Maar we weten ook in de kranten, goed nieuws is geen nieuws. Maar dat is die zestig procent ertussenin wat er gebeurt, een heleboel moois. En hier in Nederland gebeurt er heel veel moois. Er zijn goede mensen, er zijn vrijwilligers. En die inderdaad proberen waar te maken – wat men op dit moment zo lijkt het – ontzettend probeert kapot te maken.

Zoals de vader van rabbijn Awraham Soetendorp altijd zei, rabbijn Jacob Soetendorp, rak yachad anoe kehilla ‘alleen met elkaar zijn we gemeenschap’. Alleen kunnen we het niet.

Moge de nagedachtenis van al die slachtoffers tot zegen zijn.
Mogen zij ons inspireren om het niet meer zo ver te laten komen.
Moge het zo zijn dat ze op die manier geëerd worden dat hun nagedachtenis tot zegen moge zijn en dat wij opstaan tegen onrechtvaardigheid, tegen geschreeuw en de zestig procent laten horen, deelnemen, als groep en die kracht tonen die we met elkaar hebben.

 

rabbijn Marianne van Praag

 

terug naar het verslag