Mien, Julia, David en Jopie Beem

vorige naam / volgende naam / namenlijst


Hermina Juliana (Mien) Beem

9-6-1918 Rotterdam
5-3-1943 Sobibor

Weeshuisperiode:
12-9-1929 – 29-7-1937
en 11-9-1937 – 17-11-1937

 

 

 

 

 

 

Juliana Hermina (Julia, Juultje, Juul) Beem

26-1-1920 Rotterdam
19-8-1942 Auschwitz

Weeshuisperiode:
12-9-1929 – 27-9-1937
en 8-11-1937 – 2-2-1938

 

 

 

 

David Jozef Beem (David)
17-6-1922 Rotterdam
9-7-1943 Sobibor

Weeshuisperiode:
12-9-1929 – 1-8-1941

 

 

 

 

 

Jozef David (Jopie)
4-7-1926 Rotterdam
26-3-1943 Sobibor

Weeshuisperiode:
12-9-1929 – 17-3-1943

 

 

 

 

Vader:
Simon David Beem, 10-3-1892 Rotterdam – 28-2-1943 Auschwitz

Moeder:
Rosa Hertzdahl, 19-7-1894 Heerlen – 25-1-1943 Auschwitz

Biografie van de kinderen:

Op 12 september 1929 kwamen de vier kinderen uit het gezin Beem naar het gloednieuwe Leidse Joodse Weeshuis. Hun moeder was opgenomen in de psychiatrische inrichting Apeldoornsche Bosch. Vrijwel iedere zondag kwam de vader van de kinderen op bezoek.

Mien was de oudste en ze was elf toen ze in Leiden kwam wonen. In het overzichtsverhaal over het weeshuis op deze website, geschreven door Gesineke Veerman worden de kinderen Beem ook genoemd, waaronder Mien. ‘Mien en Juultje en twee andere meisjes lazen met Juffrouw Klein tijdens het joodse lesuurtje de joodse jeugdkrant Betsalel, een wekelijkse uitgave onder hoofdredactie van rabbijn dr. M. de Hond. Toen het nummer van 31 juli 1930 binnen was, konden ze niet wachten om eraan te beginnen, want ze hadden briefjes aan de rabbijn geschreven en het antwoord op de puzzel ingestuurd. Al snel vonden ze zichzelf terug in ‘de correspondentie’: Mientje Beem, Leiden. Naar de zesde klas en met een mooi rapport. Voor gedrag, vlijt en netheid 8. Geen wonder, dat mevrouw erg tevreden was. Twaalf jaar en dan naar de zesde klas!’

Mien vertrok in de zomer van 1937 op 19-jarige leeftijd naar Gouda, naar het Joodse Rusthuis dat daar was gevestigd op Oosthaven 31. Ze bleef er maar kort en ze kwam weer even terug in Leiden in september. Daarna ging ze naar Epe, Brinklaan C196, het huidige nr 35. Daar woonde een gezin zonder kinderen, ze werd er hulp in de huishouding. Maar ook daar bleef ze niet lang. Ze woonde en werkte achtereenvolgens in Gouda, Rotterdam, Eindhoven, Amersfoort, Aalten en Amsterdam. Als laatste werkte ze in het Joodse Meisjesweeshuis aan de Nieuwe Prinsengracht 17. Op 10 februari 1943 werd dat ontruimd en Mien kwam in Westerbork terecht. Ze werd met de trein van 2 maart gedeporteerd naar Sobibor en daar vermoord, ze werd 24 jaar.  

Mien staat met haar zusje en broertjes in een uitgave van Stichting Sobibor: ‘1943 – negentien treinen – eindbestemming Sobibor – om niet te vergeten’. Zie de foto’s onderaan deze pagina.

Juul was de tweede dochter. Ze was nog maar negen toen ze in het weeshuis kwam wonen. Ook op een briefje van haar wordt in de joodse jeugdkrant gereageerd. ‘Juultje Beem, zus van Mientje. Die is tien jaar en naar de vijfde klas gegaan. Wat zeggen jullie van zulke Beempjes? Natuurlijk waren meneer en mevrouw ook over haar tevreden. Ze heeft twee vriendinnetjes, Esje en Esther. Die Esje zal ook wel een Esther zijn. Dat broertje David belooft ook wat. Die zei: ‘Hond moet met een d, je zegt toch niet ‘honten’, maar honden’. Ze zal mij om de twee weeken schrijven. Weeken met twee ee’s duren me te lang. Die de fouten uit je briefje heeft gehaald (heb ik dat goed gezien?) had ook deze weeken een beetje korter moeten maken.’
Ze was zeventien jaar, toen ze circa twee en halve maand naar Den Haag ging. Net als Mien kwam Juul ook daarna eerst weer even terug in Leiden, waarna ze op heel veel plaatsen werkte als hulp in de huishouding: Groningen, De Bilt, Zandvoort, Hilversum, Hengelo (O) en Amsterdam. In Amsterdam kwam ze eerst terecht bij de Plantage Franschelaan 17, waar ook opperrabbijn Sarlouis woonde. Als laatste adres woonde ze sinds 9 maart 1942 aan het Frederiksplein 11, daar was de firma Langedijk gevestigd. ‘Dienstbode’ staat er op haar kaart van de Joodse Raad. Het was maar voor even, want op 16 juli 1942 kwam ze aan in Westerbork. Op 21 juli werd ze met de trein naar Auschwitz gedeporteerd waar ze na ongeveer een maand, op 19 augustus, werd vermoord. Juul werd 22 jaar.

David was de oudste zoon van het gezin. Hij was zeven toen hij in Leiden kwam. Hij bleef er tot hij achttien jaar was en vertrok toen naar de Kibboets in Laag-Keppel. Daar werden Palestina-pioniers opgeleid en voorbereid op emigratie naar Palestina. David kwam nooit in Palestina, want Laag-Keppel werd in het voorjaar van 1943 ontruimd. De beschikking voor die ontruiming dateert van 29 maart, maar de bewoners werden op 10 april in Vught geregistreerd. Zo ook David. Hij werd op 3 juli naar Westerbork gedeporteerd en op 6 juli naar Sobibor. Daar werd hij vermoord, hij werd 21 jaar.

Jopie was het jongste kind van het gezin. Hij was drie jaar oud toen hij in Leiden kwam en hij bleef er tot 17 maart 1943. In de brieven van Hans Kloosterman komt Jopie ook voor. Hans en Jopie gingen samen met een paar andere kinderen vanaf september 1941 naar de nieuwe joodse Mulo in Den Haag. Het overzichtsverhaal op deze website vertelt, mede op basis van de brieven van Hans: ‘Ook moest meneer Italie iedere week nieuwe reisvergunningen aanvragen bij de Joodse Raad, waarmee de Mulo-kinderen met de Blauwe tram naar Den Haag konden reizen. Omdat we een Jodenster op onze kleren hadden mochten we niet op stoelen of banken zitten en moesten we staan. Als je wel ging zitten, kon de politie je arresteren of uit de tram zetten. Eén keer ben ik gaan zitten in de trein en toen werd ik door een NSB’er in uniform van mijn plaats gehaald. Hij zei zoiets van “Jij, zwijn, kan niet de zetel vervuilen”. Onderweg naar de Mulo in de Waalstraat moesten we door de Rijswijkseweg lopen. In deze straat en in die buurt zaten de publieke vrouwen en sommigen scholden ons uit voor “Vuile rotjood, ga naar Palestina, waar je thuishoort” en als we terug gingen, was het weer hetzelfde. Toen het vroor gooiden Jopie Beem en ik sneeuwballen naar hen toe en dan begonnen die wijven ons nog harder te beledigen.’

Jopie werd boodschapper, hulpportier en hulpstoker in het Weeshuis nadat hij op de ambachtsschool had gezeten. In het onderzoek van de heer Zegveld, voor het eerst gepubliceerd in 1993, staat geschreven over Jopie: ‘Mevrouw (Geertje) Bekooy-Gebert, die in het begin van de oorlog in dienst was bij het weeshuis […] was niet-joods en mocht niet meer in het weeshuis werken. Op 6 mei 1942 trouwde zij en kreeg als geschenk van Jozef David Beem een door hem gemaakt houten dienblad, dat een proefwerk was van de Ambachtsschool. Jopie Beem is toen met Hans Kloosterman en nog een andere jongen naar de receptie gegaan om mevrouw Bekooy te feliciteren. Zijn eerste woorden waren: “Wees maar niet bang, we hebben onze hand op de ster gehouden”. Mevrouw Bekooy heeft dat dienblad altijd bewaard. In 1990 werd het overgedragen aan het Joods Historisch Museum in Amsterdam.’
Jopie woonde dus tot 17 maart 1943 in Leiden. En hij hoorde bij de groep kinderen van het Leidse weeshuis die in Westerbork direct met het eerstvolgende transport naar Sobibor werden gedeporteerd en daar werden vermoord op 26 maart 1943. Hij werd zestien jaar.

Niemand van het gezin overleefde de oorlog. Hun moeder Rosa Hertzdahl was met de ontruiming van het Apeldoornsche Bosch begin 1943 gedeporteerd en omgebracht in Auschwitz. Ook hun vader Simon David Beem werd gedeporteerd en omgebracht, eveneens in Auschwitz. Een familielid schrijft op Joodsmonument.nl stukjes bij de kinderen Beem en ook bij vader Beem. ‘Hij kwam vaak bij ons op bezoek en nam af en toe een van zijn kinderen mee. In kamp Auschwitz is hij enige tijd tewerkgesteld totdat hij in februari 1943 aan de ontberingen in Auschwitz is bezweken.’

 

14 juni 2023:

Bij het voormalig Joods Weeshuis in Leiden werden Stolpersteine geplaatst voor David en Jopie Beem. In de daarbij gehouden toespraak wordt ook verteld over het gebedenboek dat Jopie kreeg toen hij 13 jaar werd. Deze sidoer is bewaard gebleven. Dit is hier terug te lezen.

 

Leiden 2022, Barbera Bikker

 

Documenten en foto’s van/over de kinderen/familie Beem:

Bij veel van de foto’s is de bron van de naamduidingen: het boek Machseh Lajesoumim.

Juultje, David en Jopie komen voor in de korte film van Maurits Schaap.

Hermina (Mien) Beem, op de voorkant van deze uitgave van Stichting Sobibor (2013).

De pagina’s over de kinderen Beem in het boekje ‘de Negentien treinen – om niet te vergeten’, een uitgave van Stichting Sobibor (2013).

Het zelfgemaakte dienblad dat Jopie Beem als cadeau aan Geertje Bekooy-Gebert gaf bij haar huwelijk in 1942.

 

1929. Achteraan met de lichte muts: Juultje Beem. Schuin links op de foto voor haar: Mien Beem. Precies tussen de twee jongens vooraan: David Beem. Jopie was nog te klein om naar school te gaan.

 

1932 Groepsfoto. Meest links, staand: Juultje Beem, de derde in diezelfde rij: Mien Beem.
De rij voor Juultje en dan ook weer meest links: Jopie Beem.
En helemaal rechts ‘bovenin’ de foto: David Beem.

 

 

1934 Groepsfoto. Meest ‘bovenin’ achteraan: Mien Beem. Juultje ontbreekt.
Midden voor de lijn Italie-Rachel Bierschenk zit Jopie Beem en achter die lijn staat David Beem.

 

1933, van degenen die een kindje op schoot vasthouden is Juul Beem de meest linkse.

 

Groepsfoto voorjaar 1933 Achteraan, voor het laatste stukje van de vlag: Juultje Beem. Op de middelste rij helemaal rechts misschien David Beem.

 

Groepsfoto 1931 Achter de bank, derde vanaf rechts gezien: Jopie Beem.

 

Groepsfoto april/mei 1933 Achteraan, een beetje verstopt: David Beem.

 

Groepsfoto april of mei 1933 Centraal op de foto: David Beem
Voorjaar 1932 – Vooraan, de derde jongen vanaf rechts: David Beem.

 

De eetzaal, 1930 Op de foto de eerste rij foto’s, vierde stoel vanaf links: Juultje beem.

 

1936, Juultje staat helemaal achteraan.

 

Brief Juultje Beem aan Levisson, 1938
Brief Jopie Beem aan Levisson, 1938 (deel 1)

Prachtige tekening bij het briefje van Jopie aan de heer Levisson (scans gemaakt door JCK)

David en Jopie Beem, 1938

Nathan Italie is op 5 mei 1940 50 jaar geworden. Op de foto zien we van links naar rechts: Onbekend, Bram Spiro, Annie Simons, Jet de Leeuw, Esther Appel, Juul Beem, Esther van Santen, Elisabeth Italie-Cohen, Nathan Italie en Floortje Althenberg

 

Jopie Beem links met Elchanan Italie op schoot, circa 1940.

 

Tweede rij vanaf voren gezien, middelste meisje: Juultje Beem

 

Uitje met de Joodse jeugdvereniging ‘Mishnan Hajaddeen’ (aug. 1939) . Helemaal rechts: David Beem.

 

Stolpersteine voor David en Jopie in Leiden. Lees hier meer over deze plaatsing in 2023.

 

Joodsmonument.nl: Hermina Juliana (Mien), Juliana Hermina (Juul), David Jozef, Jozef David (Jopie) Beem
Wij hebben ons best gedaan om deze informatie te checken en de bronnen te achterhalen.
Correcties of aanvullingen zijn altijd welkom, wilt u hiervoor contact opnemen met de redactie via webmaster@herdenkingleiden.nl

 

vorige naam / volgende naam / namenlijst