vorige naam / volgende naam / namenlijst

Nathan Italie
10-04-1890 Leeuwarden
26-03-1943 Sobibor
Leraar Nederlands en Geschiedenis
Directeur Weeshuis 24-01-1922 – 26-03-1943

Sara Italie-Schaap
01-12-1897 Sneek
07-12-1932 Rotterdam
Godsdienstonderwijzeres (hoogste rang)
Onderwijzeres (lager onderwijs)
Directrice Weeshuis 24-01-1922 – 07-12-1932
Sara was de eerste echtgenote van Nathan
Datum huwelijk: 4-1-1922 te Rotterdam

Elisabeth (Lies) Italie-Cohen
02-03-1902 Leiden
26-03-1943 Sobibor
Datum huwelijk: 23-06-1934 te Leiden
Directrice Weeshuis
23-06-1934 – 26-03-1943
Lies was de tweede echtgenote van Nathan

Hanna Sara (Hanna) Italie
11-05-1935 Leiden
26-03-1943 Sobibor
Hanna was de dochter van Nathan en Lies

Elchanan Tsewie (Elchanan) Italie
08-02-1937 Leiden
26-03-1943 Sobibor
Elchnan was de zoon van Nathan en Lies
Biografie
Nathan Italie werd op 10 april 1890 geboren in Leeuwarden als zoon van Enoch Italie en Heintje ’t Hart. Hij groeide op in een Joods gezin en was de oudste van vier zonen. In het gezin werd later nog een meisje als pleegkind opgenomen. Hij volgde na het behalen van zijn gymnasiumdiploma een studie Nederlandse letteren aan de universiteit. Hij werd in 1916 leraar Nederlands aan het gymnasium in Assen. Daarna werd hij directeur van een doofstommeninstituut[1]. Begin 1922, op 31-jarige leeftijd, werd hij directeur van het Joods Weeshuis in Leiden. Zijn vrouw Sara Schaap werd directrice.
Nathan Italie en Sara Schaap trouwden op 4 januari 1922 in Rotterdam. Sara was geboren in Sneek op 1 december 1897, haar ouders waren Meijer Salomon Schaap en Eva Chava de Vries. Ze kwam uit een groot gezin en was het tweede kind van totaal acht kinderen. Sara was een heel begaafde vrouw. Ze was onderwijzeres en godsdienstonderwijzeres in de hoogste rang, wat voor een vrouw in die tijd uitzonderlijk was. Ze werd naast haar man dus als directrice benoemd van het weeshuis.
Op 23 januari 1922 werden Nathan en Sara als directeur en directrice van het Joodse Weeshuis in Leiden benoemd. Het weeshuis was toen nog aan de Stille Rijn gevestigd. In 1929 verhuisde het weeshuis naar een nieuw gebouw aan de Roodenburgstraat 1a in Leiden. Nathan en Sara kregen geen kinderen. Eerdere echtparen die het weeshuis leidden bleven ook kinderloos, het stond zelfs in het reglement dat het een echtpaar moest zijn zonder kinderen.
Er is veel waardering voor het werk van Nathan en Sara. ‘Den heer N. Italie en mevr. Italie-Schaap wordt hulde gebracht voor de wijze, waarop zij dit jaar weer de directie voerden’, aldus een verslag in het Nieuw Israëlitisch Weekblad in 1928 naar aanleiding van de jaarvergadering. In een ander verslag in het Nieuw Israëlitisch Weekblad in 1932[2] wordt waardering vermeld dat zij de kinderen ook ‘streng godsdienstig’ opvoeden. Iets verder in dat verslag spreekt Nathan Italie uit dat er een ‘uitnemende verhouding’ bestaat tussen het bestuur en de directie en het verdere personeel. ‘Een dergelijke verhouding kan niet anders dan het werk veraangenamen en vergemakkelijken.’
Nathan Italie had een grote rol in het leven van de kinderen uit het Weeshuis, samen met zijn vrouw Sara tot 1932 en later met zijn tweede vrouw Lies. Hierover is te lezen in het boek Machseh Lajesoumim. In pedagogisch opzicht had hij samen met Sara een vernieuwend beleid ingezet. Er werd bewust een warme, huiselijke sfeer gecreëerd, zodat de kinderen zich onderdeel voelden van een groot gezin. De kinderen kregen een klein bedrag aan zakgeld dat ze zelf mochten besteden, en ieder kind had een eigen kastje voor zijn of haar spullen. Op zondag konden familieleden langskomen. Daarnaast kregen de kinderen godsdienstles en werden de joodse feestdagen binnen het weeshuis samen gevierd. Italie begeleidde de jongens naar hun bar mitswa en er zijn diverse brieven dat hij in dat kader verzoekt dat ze dan uit de Tora mogen lezen op de desbetreffende sjabbat (de eerste sjabbat na hun 13e verjaardag).
Sommige moderniseringen hadden overigens net voor de komst van Italie plaatsgevonden. In 1919 was de weeshuiskleding afgeschaft, en eind 1921 waren de termen ‘vader en moeder’ voor het directeursechtpaar afgeschaft.
Sara Italie overleed in 1932 na een periode van ziekte. In het Nieuw Israelietisch Weekblad van 16 december 1932 is over haar te lezen hoe bijzonder zij was. ‘Directrice heette zij, moeder was zij! Ze voelde en begreep iedere zorg, alle vreugde en verdriet van haar kinderen. Een zacht vermanend woord van haar deed wonderen. Hoe gelukkig glunderde zoon kleine, wanneer het van haar vertrouwelijke blik van goedkeuring kreeg! Ze inspireerde de ouderen tot vlijtige studie. Een paedagoge van zeldzame hoedanigheid. Haar arbeid was haar lief’, aldus schreef de heer Bloemkoper over haar.[3]. Naast directrice van het weeshuis was ze voorzitter van de joodse damesvereniging Ezras Nosjiem. Ze werd maar 35 jaar oud.
Nathan trouwde in 1934 met Elisabeth (Lies) Cohen. Zij was in Leiden geboren op 2 maart 1902. Ook zij werd benoemd als directrice van het weeshuis nadat ze met Nathan was getrouwd. Zij was de dochter van Hartog Cohen en Marianne Sitters. Hartog Cohen was de chazan geweest in Leiden tot zijn overlijden in 1930. Het gezin Hartog had zeven kinderen, ook een groot gezin dus. Er woonden ook twee neven van Lies in het weeshuis sinds 1930, Lodewijk en Izak Cohen. Deze twee jongens hadden tijdelijk bij haar ouders gewoond maar verhuisden rondom de tijd van het overlijden van Lies haar vader naar het weeshuis.
Nathan en Lies kregen samen twee kinderen. Hanna Sara Italie werd geboren op 11 mei 1935 en Elchanan Tsewie Italie op 8 februari 1937. Een directeursechtpaar met kinderen, daar was bij het ontwerp van het gebouw geen rekening mee gehouden. Er werden wat aanpassingen gedaan en het gezin woonde in het weeshuis, letterlijk tussen de kinderen van het weeshuis. Hierover is meer te lezen in het boek Machseh Lajesoumim.
Italie zorgde ook voor een goede plek als kinderen achttien jaar werden, dat was de leeftijd dat de kinderen uiterlijk het weeshuis verlieten. Toen in de oorlog joodse inwoners niet meer mochten verhuizen, bleven de kinderen die achttien jaar werden in het weeshuis wonen.
Piet de Vries, een van de weinige overlevenden, verklaarde later over Nathan Italie: ‘Hij was niet autoritair, niet stijfjes, maar heel gewoon. Hij had een bepaalde uitstraling, en gezag; hij was veel te beschaafd om z’n stem te verheffen. Hij was directeur van een doofstommeninstituut geweest. Daarom kon hij liplezen, en [herinner ik me] moest je altijd oppassen wat je zei als jij binnen aan aan het praten was, en hij buiten stond!’[4]
In 1942 kwam aan de Cronesteijnkade buurman Hijme Stoffels en zijn vrouw Emilie wonen. Er ontstond een warm en intensief contact en ze probeerden Nathan Italie, met name in het begin van 1943, over te halen om kinderen van het Weeshuis te laten onderduiken, maar Italie wilde dit niet: ‘Dat kan ik niet doen, die kinderen zijn aan mij toevertrouwd. Ik laat ze niet gaan. Als het lot moet komen dat wij niet kunnen blijven, dan aanvaard ik dat.’ Hijme Stoffels vertelde dit later aan Gerard Kerkvliet en Martin Uitvlugt (Een pot Piccalilly voor Westerbork, Gerard Kerkvliet en Martin Uitvlugt (1988, Jaarboek Leidse Historische Vereniging)[5]. Ook in het boek Machseh Lajesoumim is uitgebreid over het contact tussen Stoffels en Italie te lezen.
Op 17 maart 1943 omsingelde de Leidse politie het Joodse Weeshuis. Alle aanwezige kinderen, het personeel en Nathan en Lies met hun kinderen werden gedeporteerd naar Westerbork. Op 23 maart 1943 werden Nathan, Lies, Hanna en Elchanan Italie met alle andere begeleiders en een deel van de kinderen op transport gezet naar vernietigingskamp Sobibor. Bij aankomst op 26 maart 1943 werden zij in Sobibor vermoord.
Nathan Italie werd 52 jaar en zijn vrouw Lies Italie-Cohen werd 41 jaar.
Hanna werd zeven jaar en Elchanan zes jaar.
Er is veel geschreven over de keuze van Italie om de kinderen niet onder te laten duiken. We weten uiteindelijk niet wat er allemaal in het hoofd en hart van hem is omgegaan. Hij liet rugzakjes maken voor de kinderen voor het geval zij zouden moeten vertrekken.
Buurman Stoffels heeft met medewerking van Italie gezorgd dat enkele kinderen gered zijn door een G2-verklaring (dat ze twee niet-joodse groothouders hadden waardoor ze niet gedeporteerd zouden worden). Maar verder wilde Italie de kinderen bij elkaar in het weeshuis houden. Twee oudere kinderen die thuiskwamen op 17 maart nadat de omsingeling al gaande was, hadden de kans kunnen aangrijpen om niet naar binnen te gaan. De politie waarschuwde hen om niet naar binnen te gaan, maar ze gingen toch naar binnen om bij hun weeshuisbroers en -zussen te blijven.
Italie nam in de begindagen van maart 1943 contact op met zijn broer Gabriel en in de nacht van 17 op 18 maart stuurde hij vanuit de trein nog aan buurman Stoffels de vraag of hij op de Barneveldlijst gezet kon worden en hij dankt hem voor hun vriendschap. Zijn broer Gabriël zat op dat moment in een kamp in Barneveld en deze groep had een beschermde status. Deze groep bleef deportatie uiteindelijk niet bespaard maar relatief velen van deze groep hebben de oorlog overleefd. Er bleek niets meer mogelijk voor Nathan Italie op dat moment. Wat bracht hem ertoe om in dit stadium hier alsnog wel om te vragen? Dat is een vraag die open blijft staan. Hij is tot het laatst bij het grootste deel van de kinderen gebleven. Een groot deel werd op hetzelfde transport naar Sobibor gedeporteerd en bij aankomst vermoord op 26 maart 1943.
Van Nathans familie overleefden maar enkele familieleden de oorlog, namelijk zijn broer Gabriël met een deel van zijn gezin (er is een dagboek van hem gepubliceerd) en een neef van Nathan, Enoch Italie, zoon van zijn broer Arthur.
Van het gezin waar Lies uitkwam overleefde niemand de oorlog.
Haar neef Lodewijk Cohen, die in het weeshuis had gewoond, overleefde de oorlog.
Naast de twee neven van Lies woonden ook nog twee dochters van haar zus een poosje in het weeshuis in Leiden, de zusjes Velleman. Zij overleefden de oorlog niet.
Van Sara Schaap haar familie overleefden meerdere familieleden, waaronder Maurits Schaap, hij maakte filmbeelden van het Joodse Weeshuis.
Op 17 juni 2026 werden Stolpersteine in Leiden geplaatst voor het gezin van Nathan en Lies Italie.
Bronnen en verwijzingen
Belangrijkste bron is het boek Machseh Lajesoumim, A Jewish Orphanage in the City of Leiden, 1890-1943, Jaap W. Focke
[1] Machseh Lajesoumim, A Jewish Orphanage in the City of Leiden, 1890-1943, Jaap W. Focke (Amsterdam 2021) , https://herdenkingleiden.nl/weeshuis/boek en bron Piet/Daniël de Vries (overlevende)
[2] NIW 3 juni 1932, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010874780:mpeg21:p011
[3] https://www.delpher.nl/nl/kranten/view?coll=ddd&identifier=ddd:010874808:mpeg21:p009
[4] Aantekeningen interview Piet de Vries en Leonard Kasteleyn.
[5] https://www.herdenkingleiden.nl/wp-content/uploads/2020/04/VerslagKerkvlietLJaarboekje1988.pdf
Foto’s en documenten van/over de familie Italië:

Van links naar rechts: Mien Gobes, Nathan Italie, Sarah Italie-Schaap, Rachel Bierschenk en Jet de Leeuw

Voorjaar 1934, Nathan Italie centraal op de foto.










Op de foto zien we van links naar rechts: Onbekend, Bram Spiro, Annie Simons, Jet de Leeuw, Esther Appel, Juul Beem, Esther van Santen, Elisabeth Italie-Cohen, Nathan Italie en Floortje Altenberg

Nathan viert zijn 50e verjaardag op 5 mei 1940.

Hanna Italie 1940








Lies met Hanna en Elchanan
18 maart 1943: Briefkaart van Nathan Italie uit Westerbork. Groet uit barak 66
Joodsmonument.nl: Nathan Italie, Elisabeth Italie-Cohen, Hanna Italie en Elchanan Italie.
vorige naam / volgende naam / namenlijst
