Mary, Max, Betty en Lia Konijn

vorige naam / volgende naam / namenlijst

Deze pagina wordt momenteel geredigeerd. Correcties en aanvullingen kunt u melden aan de redactie, via webmaster@herdenkingleiden.nl

 

Mary Konijn
13.11.1928 Amsterdam
02.07.1943 Sobibor

Weeshuisperiode:
14.01.1935-02.02.1938 en
05.03.1941 –  ca. 2 jaar

Foto: Yad Vashem Photo Collection

 

 

 

Marcus (Max) Konijn
09.04.1930 Amsterdam
02.07.1943 Sobibor

Weeshuisperiode:
14.01.1935-02.02.1938 en
05.03.1941 –  ca. 2 jaar

Foto: Yad Vashem Photo Collection

 

 

 

 

Betty Konijn
06.05.1931 Amsterdam
02.07.1943 Sobibor

Weeshuisperiode:
14.01.1935-02.02.1938 en
05.03.1941 –  ca. 2 jaar

Foto: Yad Vashem Photo Collection

 

 

 

 

 

Lia Konijn
20.09.1932 Amsterdam
02.07.1943 Sobibor

Weeshuisperiode:
14.01.1935-02.02.1938 en
05.03.1941 –  ca. 2 jaar

Foto: Yad Vashem Photo Collection

 

 

 

Vader:
Mijer Konijn
28.06.1905 Londen
15.02.1943 Nederland

Moeder:
Margaretha Swart
19.04.1905 Amsterdam
10.07.1934 Amsterdam

Mijer Konijn trouwde op 18 juli 1928 in Amsterdam met Margaretha Swart. Ze woonde in Amsterdam in de Vrolikstraat en Mijer werkte bij de textielfabriek. Ze kregen vier kinderen, Mary, Max, Betty en Lia en nog voor de jongste twee jaar oud was, overleed moeder Margaretha.

Na ongeveer een half jaar kwamen de kinderen in Leiden in het Weeshuis. In 1938 gingen ze voor een periode van circa drie jaar naar Amsterdam. De drie meisjes naar het Joodse Meisjesweeshuis, Rapenburgerstraat 169 – 171 en Max naar het Jongensweeshuis, Amstel 21. Alle vier kwamen ze begin maart 1941 opnieuw naar het Leidse weeshuis, kort na de eerste razzia’s in Amsterdam, die vlakbij het meisjesweeshuis plaats vonden. De meisjes Konijn hadden in Amsterdam bij Marie, de zus van Pieter de Vries in het weeshuis gezeten. Marie vroeg Pieter in haar één na laatste brief (eind januari 1943) om hen de groeten te doen. (bron alinea: Kasteleyn).

Op de kaarten van de Joodse Raad staan geen vermeldingen van het Joods Weeshuis in Leiden, het vermelde adres is het adres waar vader Konijn woonde in 1941. Ook de datum dat de kinderen in Westerbork aankwamen staat niet genoteerd, waarschijnlijk in het voorjaar van 1943.

Vader Konijn werd in november 1942 opgepakt en beschuldigd van illegale praktijken. Hij werd veroordeeld en op 15 februari 1943 geëxecuteerd.
Op Joodsmonument.nl is hier meer over te lezen, waaronder zijn afscheidsbrief aan zijn ouders. Daaruit een citaat: ‘Het is jammer, dat ik geen afscheid van u kon nemen. Ik had u nog zo graag eens weer willen zien en de meisjes ook. Maar misschien is het zoo maar het beste, dat bespaart veel leed. Misschien wilt u goed voor mijn kinderen zorgen, zegt u hun maar, dat ik veel aan ze gedacht heb en dat ze geen ogenblik uit mijn gedachten geweest zijn. Zegt u ook tegen ze, dat ze goed voor elkaar moeten zorgen en dat ze hun heele leven elkaar moeten ondersteunen.’

Het graf van vader Mijer Konijn is onbekend, maar het zou kunnen dat hij een van de onbekenden is die op 15 februari 1943 op Schiphol werd doodgeschoten, aldus een uitgebreide bijdrage op de site van de Oorlogsgravenstichting. (“De vijf van Schiphol”).

 

Hoe de laatste periode van de kinderen is verlopen is niet helemaal duidelijk. Wat wel duidelijk is, dat is dat ze via Westerbork naar Sobibor zijn getransporteerd, waar ze begin juli 1943 werden vermoord. Volgens Oorlogslevens.nl hebben de kinderen ook nog enkele weken in kamp Amersfoort gezeten.

Opa Simon Konijn overleed op 1 maart 1945 in Bergen-Belsen. Oma Mary Potzer stierf op 7 juni 1945 in Tröbitz, kort nadat zij bevrijd was door de Russen. Naast Mijer hadden ze vier kinderen gekregen, twee van hen overleefden de oorlog.

Nabestaanden hebben op de website van Yad Vashem testimonies voor Mary, Max, Betty en Lia ingestuurd.

 

 

Joods monument: Mary, Marcus, Betsy en Lia Konijn

vorige naam / volgende naam / namenlijst