vorige naam / volgende naam / namenlijst

Herszel (Harry) Feniger
9-4-1928 Amsterdam
2-4-1943 Sobibor
Weeshuisperiode:
14-10-1935 – 6-3-1939

Hendrina (Henny) Feniger
12-9-1930 Amsterdam
2-4-1943 Sobibor
Weeshuisperiode:
14-10-1935 – 7-4-1942
Vader: Markus Feniger 10-8-1894 Jaworzno – 2-4-1943 Sobibor
Moeder: Sara Wijnberg 14-12-1903 Groningen – 11-2-1973 Frankrijk
Stiefmoeder: Zeni Berger 27-3-1906 Olenowa – 2-4-1943 Sobibor
Zussen:
Chana Rifka 26-9-1922 Amsterdam – 30-9-1942 Auschwitz
Rozetta 16-6-1924 Amsterdam – 19-2-1943 Auschwitz
Biografie:
Harry en Hennig Feniger
Herszel (Harry) en Hendrina (Henny) waren de twee jongste kinderen uit het gezin van Markus Feniger en Sara Wijnberg. Chana Rifka en Rozetta waren de oudste twee.
De Franse regisseur Bernard Favre[1] schreef na grondig onderzoek een indringend en aangrijpend boek over het levensverhaal van Sara Wijnberg, de moeder van de kinderen.
Sara werd in 1903 geboren in Groningen als oudste in een gezin met vier dochters. Meyer Wijnberg, Sara’s vader had een stoffenwinkel in Groningen. In 1915 verhuisde het gezin naar Amsterdam. Rond de tijd dat men naar Amsterdam verhuisde ging Sara van school, nog maar 12 jaar oud. Later vertelde ze verschillende verhalen over wat voor werk ze deed in haar jonge jaren. Ze was voor niemand bang en sprak zich uit als feministe en communiste, aldus is te lezen in het boek van Favre. Sara geloofde in vrijheid, rechtvaardigheid en liefde tussen mensen.
Ze trouwde toen ze 18 jaar was, en hoogzwanger, met de negen jaar oudere Markus Feniger. Deze kleermaker kwam uit Polen en was haar werkgever in Amsterdam. Volgens de verhalen uit haar familie heeft Markus haar verkracht en werd ze zwanger van hem. Hun eerste kind werd twee maanden na hun huwelijk geboren, de jaren erna volgden de andere drie kinderen.
In de collecte van het Joods historisch museum is een groepsfoto van kleuters en drie leidsters van de creche aan de Plantage Middenlaan uit 1934. Henny staat op deze foto en op basis van de beschrijving op de achterzijde van de foto zit zij rechts vooraan met de grote lok waar de zon op schijnt.
Het boek over Sara bevat enkele foto’s waaronder één foto waar Henny en Harry op staan.
In 1935 scheidden Sara en Markus. De prijs voor Sara was hoog want ze verloor alle rechten over haar kinderen. Ze wilde er nooit meer over praten later in haar leven.
De oudste twee kinderen bleven bij vader Markus in Amsterdam wonen[2]. De jongste twee, Harry en Henny, verhuisden naar het Joodse Weeshuis in Leiden. Harry was zeven jaar en Henny was vijf jaar oud toen ze in Leiden kwamen wonen. Harry bleef ongeveer drieënhalf jaar in Leiden, daarna verhuisde hij naar de Rüdelsheimstichting in Hilversum, een instelling voor verstandelijk beperkte kinderen. Henny woonde zesenhalf jaar aan de Roodenburgerstraat in Leiden.
Harry en Henny staan op enkele van de foto’s die bewaard zijn gebleven van het Joodse Weeshuis. In 1938, toen een album voor meneer Levisson werd gemaakt, gingen ze samen op de foto voor dit album. Op een groepsfoto van 1936 staat in elk geval Henny maar Harry mogelijk ook. In 1939 staat Henny ook nog op een andere groepsfoto, waarschijnlijk is dit de laatste foto van haar. De kinderen gingen naar de lagere school aan de Langebrug in Leiden, tot dit vanaf de zomer van 1941 niet meer mocht. Henny ging daarna nog enkele maanden naar de joodse lagere school aan het Pieterskerkhof.
In de klas bij de Langebrug zat ook een meisje van een jaar jonger dan Henny, die haar nooit vergeten is; mevrouw Lenie Barkema-de Geus[3]. Lenie heeft gedurende haar leven vaak de naam van Henny Feniger gememoreerd zodat ook haar dochters de naam van Henny altijd met zich meedragen. Henny zat schuin achter haar in de klas. Lenie herinnert zich Henny als een lief en aardig meisje. Soms kwam er een meester over geschiedenis vertellen en Henny luisterde dan heel aandachtig; geschiedenis had duidelijk haar interesse.
Henny verhuisde in april 1942 terug naar haar vader toen ze ruim elf jaar oud was. Haar oudste zus was toen al getrouwd met Abraham Degen en op 5 oktober 1940 hadden zij een dochter gekregen, Renée. Henny was vanaf dat moment dus tante en Harry oom van dit kleine meisje.
In 1942 trouwde Markus Feniger met Zeni Berger en een paar dagen later verhuisde ook Harry terug naar Amsterdam. Het was van korte duur want in november 1942 werd het gezin naar Westerbork getransporteerd. De oudste dochter Chana Rifka was toen met haar man al gedeporteerd naar Auschwitz en vermoord. Haar dochtertje Renée was in Westerbork achtergebleven.
Op 16 februari 1942 werd Rozetta op transport gezet naar Auschwitz, als enige van de Fenigers die op dat moment in Westerbork waren. Ze werd bij aankomst vermoord.
Vier maanden na aankomst in Westerbork werden Markus, Zeni, Harry, Henny en Renée op dinsdag 30 maart 1943 op transport gezet naar Sobibor. Krap twee weken daarvoor waren de kinderen en begeleiders van het Joodse Weeshuis uit Leiden in Westerbork aangekomen. Een groot deel van hen was op 23 maart al naar Sobibor gedeporteerd. Het is niet onwaarschijnlijk dat Henny, maar ook Harry, nog diverse kinderen in Westerbork gezien hebben die ze kenden uit hun Leidse jaren.
Op 2 april 1943 kwam het transport aan in Sobibor. Ze werden allen bij aankomst vermoord. Harry zou een week later vijftien jaar zijn geworden. Henny werd twaalf jaar.
De enige die nu nog leefde was hun moeder Sara. Zij overleefde uiteindelijk de oorlog. Ze had ook na haar scheiding geen eenvoudig leven, maar leefde wel onafhankelijk.
Het is onmogelijk een korte samenvatting te geven van het levensverhaal van Sara. Wie het boek van Favre over Sara leest kan het niet meer wegleggen, onvoorstelbaar wat iemand kan meemaken in een leven. Hieronder geen samenvatting maar enkele gebeurtenissen uit Sara’s leven, ter illustratie van het leven van de moeder van Harry en Henny.
Sara was na de scheiding naar België vertrokken en werkte daar als huishoudster. Ze ontmoette Hugo Schmidt, een jonge Duitser die het nazisme was ontvlucht. Zij was inmiddels 33 jaar en Hugo was 26 jaar. Favre beschrijft hun bijzondere liefdesverhaal wat helaas vooral tragiek kent. De Spaanse burgeroorlog brak uit en Hugo besloot om daar mee te gaan vechten bij de Internationale Brigades. Vanwege een verwonding keerde Hugo terug naar België en op 7 december 1938 werd het huwelijk van Hugo en Sara gesloten, te Anderlecht. Hun geluk was van korte duur vanwege de naderende oorlog, maar ze wisten dat nog niet in de eerste maanden van hun huwelijk. Begin 1940 werd Hugo in België geïnterneerd. Sara ontdekte dat ze zwanger was en op 26 juni 1940 beviel ze van dochter Gertrud, vernoemd naar Hugo’s moeder. Sara stond er alleen voor.
In 1942 kwamen Sara en Hugo korte tijd weer bij elkaar en ze raakte opnieuw zwanger. In januari 1943 werd dochter Huguette geboren. Een deel van de oorlog verbleef Sara in Zwitserland maar ook dat was een zware periode in haar leven.
Op 4 mei 1944 werd Hugo in Annecy geëxecuteerd. Het moet een schok voor Sara zijn geweest. Er zijn enkele brieven uit deze periode. Volgens Favre veranderde Sara’s karakter na de dood van Hugo, en ze kreeg last van zenuwaandoeningen, maag-, lever- en blaasaandoeningen en rugreuma en problemen met de luchtwegen. En de tragiek was nog niet ten einde. Haar leven als vluchteling tijdens en na de oorlog is zwaar. September 1945 mocht ze Zwitserland verlaten, maar ze had niets meer, behalve haar twee dochters. Maar ook daar moest ze voor een tijdje afstand van doen omdat ze niets meer had.
In 1946 ontmoette ze Paolo Balli, een Italiaan en communist. Hij kende Hugo en had ook in het Franse verzet gezeten. Ze gingen samenwonen. Zou ze toen een rustig bestaan krijgen? In 1947 beviel ze van hun zoon Eddy. Paolo had gezondheidsproblemen en vertrok korte tijd na de bevalling naar een sanatorium om te herstellen van de ontberingen in de oorlog. Sara stond er opnieuw alleen voor en ze had moeite om rond te komen. Niettemin bleef ze strijdbaar, assertief en behield ze de hoop op een betere wereld. Kort na Paolo’s vertrek brak iets in haar, aldus Favre. Jaren van vervolging en onzekerheid, gecombineerd met onzekerheid, armoede en emotionele ontbering, hadden haar psychologische problemen gevoed. Ze verloor haar evenwicht en begin 1949 meldde Sara zich bij een psychiatrisch ziekenhuis om opgenomen te worden. Opnieuw raakte ze hierdoor van alles kwijt, waaronder voor diverse jaren ook haar kinderen. De dochters kwamen in een weeshuis terecht en Eddy kwam bij een pleeggezin te wonen.
Kerst 1957 werd Sara na haar behandelingen eindelijk weer met haar drie kinderen herenigd. ‘De kinderen ontdekken een moeder die ze nauwelijks kennen’, schrijft Favre. Hoe tragisch.
In 1973 overleed Sara, 70 jaar oud. Ze had zeven kinderen gekregen in haar leven, drie van hen leefden nog in 1973. Ook kreeg ze kleinkinderen.
In 2025 leeft van haar kinderen alleen zoon Eddy nog.
Bronnen:
[1] Échapper à la Shoah, Errances et persecutions de Sara Wijnberg, Le chant des ruines 2,
Bernard Favre, ISBN 978-2-35618-162-6, Editions Ampelos 2019. Opvraagbaar.
[2] Op diverse locaties staat dat de twee oudste kinderen bij hun moeder ‘bleven’ wonen maar dat is niet correct.
[3] Persoonlijk contact maart 2025.
Leiden, 7 juni 2025, Barbera Bikker
Foto’s:

Plantage Middenlaan 1934, Henny is het meisje rechts vooraan. (collectie JCK)

Foto van Harry en Henny, afkomstig uit het boek over Sara Wijnberg. De foto is gedateerd op 1935.

Groepsfoto bij het Joods weeshuis, zomer 1936. (Collectie JCK).
Henny in het midden van de foto met het lichte jurkje, achter de jongen die het meest rechts op de grond zit. Is die jongen wellicht Harry?
Hij staat in het boek Machseh Lajesoumim niet geïdentificeerd. Credits voor deze naamaanduidingen: Leonard Kasteleyn.




Fotoalbum Lotte Adler, augustus/september 1939, Henny staat vooraan, de derde vanaf links. (Dit fotoalbum is in Kamp Westerbork)

Uitsnede uit de vorige foto.

De Langebrugschool in 1939, zou Henny ook op deze foto staan? Ze ging wel naar deze school in elk geval.

Sara Wijnberg met haar dochter Chana Rifka, waarschijnlijk kort voor de scheiding.
Afkomstig uit het boek over Sara Wijnberg geschreven door Bernard Favre.


Cover van het boek over Sara Wijnberg
Joodsmonument.nl: Herszel (Harry) en Hendrina (Henny) Feniger.
vorige naam / volgende naam / namenlijst
