Bram Degen

vorige naam/ volgende naam / namenlijst

Abraham Cordanus (Bram) Degen

Leiden 27.10.1926

Weeshuisperiode:
06.06.1930 – 13.07.1942

 

 

 

 

 

Moeder:
Theresia Degen
Amsterdam 21.4.1907 – 16.4.1943 Sobibor

Bram werd op 3-jarige leeftijd in het Joodse Weeshuis geplaatst. Hij kwam toen uit een pleeggezin.

Volgens Pieter de Vries, die dankzij een G-1 verklaring aan deportatie naar de vernietigingskampen ontkwam, heeft Bram als tiener met hem gevochten om zijn meisje, Fanny Günsberg.

Bram ontdekte dat de buurman van het weeshuis, meneer Stoffels, in samenwerking met de directeur, meneer Italie, deze G-1 verklaringen regelde voor de kinderen die een niet-joodse ouder hadden. Categorie G1 betekende ‘(slechts) twee joodse grootouders’.

Dit bracht hem op een lumineus idee. Als je niet weet wie je vader is, kun je best een vader verzinnen. En dan natuurlijk eentje die niet-joods is. Met zijn moeder ging hij naar de notaris om de formulieren in orde te maken. Terwijl hij nadacht over welke naam hij zijn vader zou geven, zag hij buiten een vrachtwagen voorbij rijden met de naam ‘van Klaveren, Schiedam’ erop. Dat klonk behoorlijk Nederlands, dus dat vulde hij in.

Toen meneer Stoffels hoorde wat Bram had geregeld, wist hij niet hoe snel hij in actie moest komen. Meneer van Klaveren uit Schiedam moest opgespoord en ingelicht worden, en zou schriftelijk moeten verklaren dat hij de vader was, voordat de autoriteiten argwaan zouden krijgen. De bewuste man bleek een degelijk gereformeerde huisvader te zijn voor wie de alleen al de gedachte aan overspel een diepe schande was. Toch besloot hij het spelletje mee te spelen om het leven te redden van deze jongen, die hem volkomen onbekend was.

Op 13 juli 1942 vertrok Bram naar de Catharinahoeve in Gouda, waar een joodse jeugdfarm gevestigd was. Negen maanden en veel bewijsstukken en formulieren later, werd hij definitief vrijgesteld van deportatie.

Na de oorlog kwam Bram erachter dat zijn moeder, haar echtgenoot, zijn half-broers en half-zusjes waren vermoord in Sobibor. In de jaren ’50 emigreerde hij naar Australië.

In 1974 werd er voor het eerst een artikel gepubliceerd over de geschiedenis van het Joods Weeshuis. De journalisten interviewden de heer Stoffels, die hen vertelde over zijn belevenissen met Bram Degen. Het idee van Bram, die zelf in actie gekomen was en zo zijn eigen leven had gered, werd ‘een niet zo bijster slimme truc’ genoemd. (Studia Rosenthaliana Vol 3/2). In 1988 verscheen in het Leids Jaarboekje een herziene versie van het artikel, getiteld ‘Een pot piccalilly voor Westerbork’, waarin de zinsnede werd overgenomen.

 

Foto’s en brieven van Bram Degen:

Bram Degen in 1945

 

Bram Degen (links) en Pieter de Vries in Amsterdam, nadat ze beiden zijn vrijgesteld van deportatie (uit het foto-album van Pieter de Vries)

Groepsfoto aan de achterkant van het weeshuis (eind jaren ’30/ begin jaren ’40). Bram Degen staat in het midden van de achterste rij. Links van hem Hans Kloosterman, rechts Hans Porcelijn. Op de voorste rij van links naar rechts: Fanny Günsberg, Jetty Bobbe en Didia Klein. Tussenin: Frieda Lichtenbaum (uit het foto-album van Pieter de Vries)

Bram Degen, 1938
Felicitatiebriefje van Bram Degen aan regent Levisson, 1938
Deze foto is uit het beginperiode van het Joods Weeshuis in de Roodenburgerstraat. Bram staat achter het kind in het wit. (bron: Pieter de Vries)
Groepsfoto 1931 Bram zit op de bank, hij is het tweede jongetje van links.

 

Wij hebben ons best gedaan om deze informatie te checken en de bronnen te achterhalen. Mocht u desondanks correcties of aanvullingen hebben, dan vragen wij u om contact op te nemen met de redactie via webmaster@herdenkingleiden.nl

vorige naam/ volgende naam / namenlijst