9. Leiden

Terug naar het overzicht

9. Leiden

Op 18 maart, op de dag na de ontruiming, viel de G1-verklaring van Hans en Pieter door de brievenbus van het Weeshuis. Meneer Stoffels stuurde de verklaringen naar kampcommandant Gemmeker om de jongens uit Westerbork te krijgen. Er gebeurde echter niets.

Vijf dagen na hun aankomst in Westerbork Op 23 maart kreeg meneer Stoffels post van kinderen uit het Weeshuis. Er was een briefkaart bij van Harry Spier. Ik ben gezond hier aangekomen, en het is hier reuzegezellig, schreef hij. De anderen zijn op zoek naar mijn moeder.’… ‘
Sally Montezinos bedankte in zijn brief voor de pakketjes met levensmiddelen, die meneer Stoffels ook had opgestuurd. We zijn hier enorm dankbaar voor, alhoewel het ons spijt dat meneer Italie u niet persoonlijk kan schrijven (of deed hij het toch?) Wij zijn vele verloren, oa fam. Italie, de dames Altenberg, de Leeuw, Gobes, Bierschenk en Klein, en nog vele kinderen, die alle ‘door’ zijn.’… ‘U begrijpt hoe er het voor ons is om ze allen te moeten missen.’
Pieter had zijn Fanny nog eenmaal omhelst en toen was die dag de trein naar Sobibor vertrokken, met vijfendertig weeshuisbewoners, waaronder ook Fanny’s broer Lothar, Lotte en Henny Adler, Mieke Dagloonder, meneer en mevrouw Italie en hun twee jonge kinderen, de meeste kleintjes en Alice Blitz.

De overgebleven kinderen bleven ook in Westerbork als familieleden samen leven. We zijn hier met 25 kinderen uit ons huis zonder directie en personeel. ‘..’Jet Mogendorff en Didia Klein hebben de leiding, schreef Harry Spier. Henriette Mogendorff bedankte hartelijk voor de pakketjes. We waren er allen zeer door verrast, daar het als een reddende engel in de nood kwam. We hebben er zeer van gesmuld! Toch wil ik u nog om enige dingen verzoeken die we hard nodig hebben. Pieter de Vries: U begrijpt natuurlijk wel dat wij met zijn 23-en heel wat nodig hebben, en dat wij van ons rantsoen hier niet kunnen rondkomen zonder honger te hebben. In de lange lijst van benodigdheden, stonden onder andere pannetjes om in te koken, pannensponsen, citroen, appels, piccalilly. Ze moesten wc- papier en zeep van anderen lenen die er ook krap mee zaten, terwijl zij zelf te kampen hadden met zes kleintjes en buikgriep. Voor Hans Kloosterman en mij schreef u dat de G1 -papieren onderweg zijn. We hebben echter nog niks gehoord en begrijpen ook daar niets van. Wilt u hier eens naar informeren?

Op 31 maart betrapte een Leidse agent jongens die uit het weeshuis aan de Roodenburgerstraat kwamen met een zak schoenen.
Mevrouw Stoffels deed op 2 april een vertrouwelijke mededeling aan de politie ‘dat zij wellicht inlichtingen kan geven over het verdwijnen van goederen uit het joodse weeshuis’.
Die dag kreeg meneer Stoffels een telegram van Hans: ‘De verklaring van Rijksinspectie Bevolkingsregister dat ik arisch ben moet uiterlijk maandagmorgen aanstaande hier zijn.’ Meteen stuurde telegrafeerde hij terug: G1 VERKLARING VAN RIJKSINSPECTIE BEVOLKINGSREGISTER VOOR A.H. KLOOSTERMAN EN P. DE VRIES ZIJN OP 22 MAART PER DUITSE DIENSTPOST TOEGEZONDEN AAN LAGER COMMANDANT GEMMECKER.

Het is niet alleen het pakketje, maar ook het contact met ‘iemand van toen’ , wat hierbij gewaardeerd wordt’ , schreef Hans op 18 april. Dat u van die G1-beweging niks begrijpt is logisch, want wij begrijpen het ook niet. We stonden zelfs twee keer op de transportlijst, maar maandag krijgen we een ‘zurückstellung bis af weiteres’.

Harry Spier stuurde op 18 april een kaartje aan Betsy. Hoe gaat het met jullie? Hier is alles gezond en wel. ‘…’ Etty Heerma-van Vos is er niet meer… Nu Betsy doe ook de groeten aan meneer van Ee en meneer Smit en de groenteboer.’ Tegen verwachting ben ik nog hier’, schreef Sally op 19 april. Als het regende was het een blubberzooi, maar verder best te doen. Ik hoop a.s. zondag te voetballen.

Het duurde niet lang tot ook Salomon, Harry, Jet en Henriette, Sally en Jopie op transport werden gezet naar Sobibor.

Meneer Stoffels ontving van de Joodse Raad van Westerbork een brief, waarin stond dat ze het telegram hadden ontvangen, maar dat de G1-verklaring niet aanwezig was. Of hij met spoed een duplicaat kon zenden, zodat zij een verzoek tot ontslag uit het kamp konden indienen.
Hans en Pieter moesten voor kampcommandant Gemmeker verschijnen. We moesten blijven staan. Hij gaf ons een preek en zei dat we ontslagen waren uit het kamp onder bepaalde voorwaarden. Zolang we in het kamp waren moesten we een ster dragen, maar zodra we het kamp verlieten, moest de ster van onze kleding verwijderd zijn.
Op 18 mei kreeg meneer Stoffels een briefkaart van Pieter ‘voor ontslag kan niet meer gewerkt worden, want de zaak is in handen van de commandant. De photo’s voor de (nieuwe) persoonsbewijzen zijn al gemaakt.’… ‘Ik hoop u spoedig met Hans te komen bezoeken. Op 26 mei kwam het verlossende telegram: ‘Op weg naar huis. Komen morgen.’

We kregen een treinkaartje naar Amsterdam’… ‘Pieter ging naar zijn moeder in de Vrolijkstraat. Ikzelf had geen familieleden of kennissen om naar toe te gaan, zodat ik maar met mijn zware koffer ging zitten aan de voet van een boom op de Leidsegracht.’….’ Ik had niemand meer, mijn familie (het weeshuis) was er niet meer.
Ik was helemaal alleen….

 

lees verder:

10. Als laatste over
11. 1945 en verder

Dankwoord
Bronnen
Noten

 

Ga terug naar het overzicht van Machseh Lajesoumim: het verhaal