7. 1943 Ontruiming

Terug naar het overzicht

7. 1943 Ontruiming

Op 8 maart 1943 kwam het nieuws dat de vorige avond veel joodse gezinnen uit Leiden waren opgepakt en meegenomen. De ouders van Alice waren daarbij. Ook Roosje en Abraham uit het kleuterklasje van Lotte waren meegenomen. Henny miste hun broertjes Jacob en Eli in de klas. Ze woonden allemaal twee straten verderop, op Tiboel Siegenbeekstraat 20.

De overgebleven gezinnen begrepen dat ook zij binnenkort aan de beurt zouden zijn. Meneer Italie liet de markiezen van het gebouw verwijderen en gaf de schoenmaker, meneer Smit, de opdracht om van de stevige stof voor alle kinderen een rugzakje te naaien. De zakken werden onder leiding van juffrouwen Bierschenk en Gobets gevuld. De inhoud bestond ( als ik het me nog goed herinner) uit twee paar onderkleren, een trui, wat bovenkleren en natuurlijk was er ook winterkleding met kousen en sokken en schoenen. Ook een noodvoorraad aan voedsel in blik. Sommige kinderen kregen ook een Asbitstelletje en lucifers.

 Hans en Pieter hielden gespannen de brievenbus in de gaten waar iedere dag de brief van het Duitse hoofdkwartier uit Den Haag door zou kunnen vallen. Meneer Stoffels had hen verzekerd dat de G1- verklaring elk moment binnen kon komen.

Als de kleintjes naar bed gebracht werden gebeurde dat met extra liefde en aandacht. Nog een keer het dekentje recht trekken, nog een versje, nog een knuffel. De spanning in huis was om te snijden. Je kon het uit de ogen lezen van het personeel.

 Het werd 17 maart. De lagere schoolkinderen gingen naar school, de jongste kinderen werden vermaakt in de speelzaal, en de oudsten kregen les van meneer Italie en juffrouw de Leeuw.

Om vijf uur, toen ze net aan het klaarmaken van het eten waren begonnen, arriveerde de Leidse politie. Voor de deur stonden twee busjes van de lokale vervoermaatschappij Eltax. Iedereen moest zich gereed maken om te vertrekken. Toen Sally en Salomon terug kwamen van hun werk in de zadelmakerij en op de tuin, was het weeshuis omsingeld door tientallen agenten. Volgens de overlevering raadde een van de agenten hen aan om te keren. Helaas tegen het advies van die Politieagent gingen de jongens toch naar binnen om bij hun broers en zusters te blijven. Ik vertelde te voorheen, we waren geen nummer, we waren broers en zusters; één grote familie.

Voor vertrek werd er appel gehouden om te controleren of iedereen aanwezig was. Plotseling werd er aan de deurbel gebeld en daar stond meneer Stoffels voor de deur. De politie vroeg waarvoor hij kwam. Meneer Stoffels vertelde, dat zijn dienstmeisje Betsy Dommerholt (voorheen Wolf) nog in het tehuis was en dat hij haar kwam halen. Het lukte hem om de agenten ervan te overtuigen dat ze niet op de namenlijst voorkwam, en hij kon Betsy, die hij uit strategische overwegingen zijn dienstmeisje had gemaakt, meenemen.

De bussen reden vol weg, en een groep grote kinderen volgden lopend naar het station. De hele geschiedenis versmalde zich tot dat ene, fatale moment. Dat ene fatale moment, dat voortaan het perspectief zou zijn waar vanuit al het voorgaande en al het komende zou worden bekeken.

 

lees verder:

8. Westerbork
9. Leiden
10. Als laatste over
11. 1945 en verder

Dankwoord
Bronnen
Noten

 

Ga terug naar het overzicht van Machseh Lajesoumim: het verhaal