5. 1941: Voor Joden verboden

Terug naar het overzicht

5. 1941: Voor Joden verboden

Op 29 maart 1941 werd Hans zijn vriend Salomon Bar mitswa. Dat betekende dat hij vanaf dat moment voor de joodse wet volwassen zou zijn, en verantwoordelijk gesteld kon worden voor zijn daden. Met meneer Italie had hij vaak geoefend om de lastige hebreeuwse teksten onder de knie te krijgen die hij voor zou moeten lezen uit de Tora. Toen hij er eindelijk klaar voor was, schreef meneer een officieel verzoek, dat bewaard is gebleven in de archieven. ‘Aan het kerkbestuur der Nederl. Israel. Gemeente, Alhier. Weleedelgeb. Heren, Hierbij heb ik de eer u mede te deelen, dat onze verpleegde Salomon Ritmeester a.s. Shabbos barmitswoh hoopt te worden. In verband met het feit, dat de jongen kouheinxi is, verzoek ik U beleefd hem bij de ochtenddienst van dien dag als eerste voor de Thora te doen oproepen. Hoogachtend, Nathan Italie, Directeur v.h. C. I. W en D.

Op 26 april was Fanny’s broer Lothar aan de beurt om Bar mitswa te worden. Toen zijn naam was afgeroepen liep Lothar naar de bima en was voor het eerst dichtbij de Tora. Met het gebedskleed om en de jad (het aanwijsstokje) wees hij de Hebreeuwse tekst uit de boekrol aan, zoals hij geschreven was, van rechts naar links. Hij zong de woorden die hij las precies zoals het moest. Na afloop was er het natuurlijk feest in het weeshuis. De Bar mitswa van Lothar zou voorlopig de laatste zijn die in de Leidse Synagoge plaatsvond.

Verder was er weinig plezierigs dat jaar. De fijne radiouurtjes hoorden tot de verleden tijd, omdat joden hun radio moesten inleveren. In het plantsoen vlakbij het Weeshuis werd een bordje ‘Verboden voor Jooden’ neergezet. Hans zag zijn moeder nooit meer, omdat joden niet meer mochten reizen zonder toestemming. Ook de kinderen Beem moesten het wekelijkse bezoek van hun vader missen. Uitjes op zondagmiddag waren een probleem, want waar mocht je nog heen?

De speeltuin en het strand waren voor joden verboden terrein. In de vakantie naar het museum en de bioscoop gaan was er al helemaal niet meer bij. Alleen de tuin van het weeshuis en de speelzaal bleven nog over als plekken waar je veilig en onbezorgd jezelf kon zijn.

Het joods zijn, dat de meeste kinderen tot dan toe als iets vreugdevols hadden ervaren, begon langzamerhand sombere en verdrietige kanten te krijgen. De verhalen, de wijsheid, de gewoontes en de feesten die het leven in het weeshuis ritme, structuur en zin hadden gegeven, waren nu opeens reden voor de buitenwereld om allerlei beperkingen op te leggen. Het leek wel of joden niet mochten bestaan.

Lotte Adler had geluk dat ze in mei met haar klasgenootjes van de Haanstra Kweekschool op excursie mocht. Ze had vast nog nooit met zoveel genoegen beestjes uit de sloot gevist. Bij fotograaf Bonte in de Korevaarstraat laat ze een foto maken van haar en Hennie, die ze opsturen naar hun moeder in de V.S. Zou hun uitreisvisum ooit nog in orde komen?

Lotte en Henny bij fotograaf Bonte

 

Fanny slaagde voor haar toelatingsexamen voor de H.B.S. Maar ze zou er niet aan toekomen om te beginnen.

Eind juli was er een afscheidsfeestje voor David Beem, die naar een boerderij in Laag-Keppel vertrok. Daar zou hij worden klaargestoomd om als pionier het land van Palestina te bewerken en vruchtbaar te maken. Deze palestina-farm of kibboets kwam voort uit de zionistische beweging, die emigratie naar Palestina propageerde als joodse antwoord op het nationaal-socialisme en anti- semitisme in Europa. In maart was een van de andere grote jongens ook al naar een kibboets vertrokken, in Velzen-Noord. Hans was er, zoals altijd als er een kind vertrok, erg door aangedaan. De kinderen in het Weeshuis waren mijn broers en zusters, die ik als zodanig behandelde. Als een van hen het huis verliet, wanneer hij of zij ons tehuis verliet op hun achttiende verjaardag, bracht dit een brok in mijn keel en altijd keek ik terug, wanneer sommigen van hen op een van de Joodse feestdagen ons kwamen bezoeken. Dit was en is nog steeds de fijnste tijd, die ik herinner. Gelukkig bleef Sally Montezinos, die een baantje had bij een zadelmakerij in Leiden. Sally, de enige sefardische joodxii van het huis, woonde er al sinds het allereerste begin. Hij was zelfs meeverhuisd vanuit de vorige locatie op de Stille Rijn, waar hij in 1926 als 2-jarig jongetje was gekomen. Ook Didia Klein, die haar baantje als verkoopster van japonnen kwijt raakte omdat ze joods was, bleef. Ze werd assistente van de linnenkamer.

Na de zomervakantie, waarin ze niet naar Katwijk, naar de bioscoop of naar musea konden, kwam het nieuws dat ze niet meer terug mochten naar hun oude school. Joodse kinderen moesten voortaan naar eigen scholen. Hans, Pieter, Fanny, en Jopie Beem gingen naar de nieuwe joodse Mulo in Den Haag. Henny ging samen met de andere langere schoolkinderen naar de nieuwe joodse lagere school aan de Pieterskerkhof. De directies van de nieuwe scholen deden hun best om het normale schoolleven weer zo goed mogelijk op gang te brengen. Een Leidse schoolfotograaf, die joods was en op de andere scholen niet meer mocht komen, legde de nieuwe klassen vast.

Schoolfoto’s uit 1942, van Hennie (links), Lothar (midden) en Fanny (rechts)

Lotte zou misschien op haar geliefde Haanstra Kweekschool mogen blijven. De directrice weigerde de verwijdering van haar twee joodse leerlingen te accepteren. Ze was naar de burgemeester van Leiden en naar de Duitse autoriteiten in Den Haag gestapt om een verzoek in te dienen om Lotte en een andere joodse leerlingen op school te houden.

In december kwam er bericht. Het was niet gelukt. Lotte moest voortaan thuis blijven.

 

lees verder:

6. 1942 Geïsoleerd en vernederd
7. 1943 Ontruiming
8. Westerbork
9. Leiden
10. Als laatste over
11. 1945 en verder

Dankwoord
Bronnen
Noten

 

Ga terug naar het overzicht van Machseh Lajesoumim: het verhaal