4. Oorlogsdreiging, 1938 – 1940

Terug naar het overzicht

4. Oorlogsdreiging, 1938 – 1940

In 1938, toen Hans negen was en Pieter twaalf, kwamen er kinderen in het weeshuis wonen die Duits spraken. Zij waren gevlucht voor de nazi’s.

Fanny Gunsberg (10) kwam al in januari, uit Keulen, samen met haar broer Lothar (9). In de loop van het jaar werden er steeds meer Duitse kinderen bij. Nu was het voor iedereen in het huis wel duidelijk dat er een oorlog dreigde. Het anti-semitisme van de nazi’s had levensbedreigende vormen aangenomen. Maar zolang we neutraal blijven, kan het meevallen, was de gedachte.

Toen half november in Duitsland alle joodse winkels en de synagogen waren vernield tijdens de Kristallnacht kwamen Lotte en Henny Adler uit Frankfurt, met een speciaal kindertransport. Hun vader was vermoord in een nazi-kamp, en hun moeder wilde hen zo snel mogelijk het land uit hebben, ook al was zij bezig om voor hen allen visa voor de Verenigde Staten te krijgen. Lotte besefte dat het nu haar taak was om goed voor haar zusje te zorgen.

Lotte was dol op kleine kinderen en hield zich in het huis al snel bezig met de kleintjes. In februari kwam de tweeling Melna en Louis. Met grote bruine ogen, kroeshaar en donkere huid waren ze zo schattig dat je ze wel móest knuffelen. Van meneer Italie mocht Lotte naar de Haanstra Kweekschool om kleuteronderwijzeres te worden. Ze leerde er Jopie Vos en Mien van der Staaij kennen, die goede vriendinnen van haar werden. Haar zusje Hennie ging net als de andere weeshuiskinderen naar de gewone lagere school op de Langebrug.

 

Melna en Louis Fleurima in de zandbak. Foto-album Lotte Adler
Melna en Louis Fleurima op de arm bij Didia (midden) en Corry (rechts). De jongen met de bal is Hans Porcelijn.

 

De jaren die volgden herinnert Hans zich nog goed. In 1939 werd de algemene mobilisatie uitgeroepen. Ook bij ons in het weeshuis werden maatregelen genomen. Een hele grote kist werd in de gang gebouwd die gevuld werd met zand voor het geval dat brandbommen of handgranaten werden gegooid. De ondergrondse kelders werden comfortabel gemaakt als schuilkelders. Provisie, voedsel en grote drums met water werden daar geplaatst. Alle voorzorgen werden genomen en we hebben enige malen uren in die schuilkelders doorgebracht. De verduistering werd ook ingevoerd. Straatlantaarns gaven heel weinig of geen licht. De voor- en achterlichten van auto’s waren haast niet maar te zien, want die waren haast helemaal dichtgeplakt.

Alle ramen werden voorzien van verduistering, strepen van papier werden op de ruiten geplakt, want als de ramen braken, konden de stukken bij elkaar gehouden worden met het papier dat er was opgeplakt.

 

Lotte (rechts op de foto)met de kleintjes, links Mieke Dagloonder. Op de achtergrond de stroken papier op de ruiten. Foto-album Lotte Adler. 

 

Op 10 mei 1940 werden we ‘s-morgens wakker door het geluid van kanonnen die op het militaire vliegveld Valkanburg waren geplaatst en die schoten op Duitse vliegtuigen; de Stuka’s en Messerschmits.

Natuurlijk gingen wij als kinderen naar de ramen om te kijken. Grote zwarte plekken verschenen in de lucht. Deze plekken bleken achteraf de plaatsen te zijn waar de kogels ontploften. Aangezien we vlakbij het vliegveld Valkenburg woonden zagen we een heleboel parachutisten naar beneden vallen. Het was haast niet te geloven, ontelbare soldaten sprongen naar beneden. Het was net een wit laken dat naar beneden viel. Het weer was erg mooi; geen wolkje aan de lucht. Zoiets kan je nooit vergeten. Die grote groene vliegtuigen vlogen vlak over de daken van de huizen. Je zag de bemanning zitten. De machines leken net op grote doodskisten met een kruis erop. Ik kan het nog zien. Om ongeveer half zeven in de morgen kwam juffrouw Gobets in onze slaapkamer. Ze vertelde ons dat we alle ramen moesten sluiten, want het was oorlog met Duitsland en de mensen in de vliegtuigen konden heel makkelijk naar binnen schieten met de mitrailleurs die in de machines waren.

Juffrouw Gobets orderde ons te gaan wassen en aan te kleden. Daarna gingen we naar beneden. Meneer Italie had beslist dat we die dag niet naar school gingen. Het was een erg spannende dag. Gedurende de dag kwamen soldaten voor een drink en waarschuwden ons geen vreemden in te laten. Nou dat gebeurde niet. Nadat een van de jongens zich had geschoren met een elektrisch scheerapparaat gingen ze weer op patrouille. De rest van de dag bleven we allemaal binnen en luisterden naar het nieuws over de radio. We bleven vier dagen in huis.

Het comité voor bijzondere Joodsche belangen uit A’dam verspreidde in de eerste oorlogsdagen een mededeling uit Den Haag dat in IJmuiden een schip klaarlag voor de joden die naar Engeland wilden. Meneer Italie wilde deze mogelijkheid met beide handen aangrijpen en probeerde met alle bewoners van het weeshuis op het schip te komen. De ‘Bodegraven’ vertrok om tien voor acht. Aan boord waren joodse kinderen uit het Burgerweeshuis in Amsterdam, die er snel met gehuurde bussen heen waren geloodst, maar niet de kinderen uit het Weeshuis in Leiden. We kregen allemaal zakken of kussenslopen met kleren en wachtten twee dagen om naar IJmuiden te gaan om zodoende over te steken naar Engeland. Meneer Bosma, die drie huizen van ons af woonde en die hoofdonderwijzer was van de lagere school was kwam één van de middagen afscheid nemen en wenste ons allen het beste in ons nieuwe vaderland. Helaas op de derde dag kregen we bericht, dat Engeland verbood om meer vluchtelingen in te nemen en geruchten gingen dat er in Engeland werd gezegd, dat de Duitsers het Joodse probleem zouden oplossen.

Bijna twee jaar later zou de kleine Mindeltje (1 jaar en 9 maanden) in het weeshuis komen wonen. Haar ouders waren aangemonsterd op een schip dat naar Palestina voer, maar ze hadden hun kleintje van drie maanden niet mogen meenemen. Met haar blauwe ogen en blonde krullen werd ze veelvuldig op de foto gezet.

Mindel Färber, 1942. Foto-album Lotte Adler

 

Een van de eerste maatregelen van de bezetter was het verbod op ritueel slachten, zodat er na verloop van tijd geen koosjer vlees meer te krijgen was. Voortaan aten de kinderen vis of kaas. Pieter de Vries hielp juffrouw de Leeuw om de honderden eieren die zij via familie in de Betuwe had weten te bemachtigen in waterglas in te leggen. Elke vrijdagavond kregen de kinderen er twee.

Nu de nazi’s ook in Nederland de baas waren zaten de vluchtelingkinderen uit Duitsland alsnog in de val. Lotte, die wist dat haar vader door de nazi’s was vermoord, vertelde aan haar vriendin Mien dat ze de situatie somber inzag. In maart mocht ze stage gaan lopen bij een kleuterschool op de Herenstraat. Tijdens het spelen met de kleuters kon ze even alles vergeten.

 

Lote op haar stage-school, maart 1940

 

lees verder:

5. 1941: Voor Joden verboden
6. 1942 Geïsoleerd en vernederd
7. 1943 Ontruiming
8. Westerbork
9. Leiden
10. Als laatste over
11. 1945 en verder

Dankwoord
Bronnen
Noten

 

Ga terug naar het overzicht van Machseh Lajesoumim: het verhaal