Mezenstraat 1 – Käthe Hannes-Glaser

Stolpersteine
volgende stenen

Op 15 juni 2022 werd een Stolperstein geplaatst bij Mezenstraat 1 voor:

Käthe Hannes-Glaser, geboren op 28 februari 1890 te Kattowitz, gedeporteerd 16 november 1943 uit Westerbork, vermoord 19 november 1943 te Auschwitz.

De steen werd geplaatst door haar kleinzoon David die samen met zijn vrouw hiervoor uit Londen was overgekomen.

 


Käthe Hannes-Glaser (foto: Yad Vashem/familie)

 

Door haar kleinzoon werden de volgende woorden gesproken bij de steenplaatsing:

“My Grandmother Kaethe, was born in 1890 in Kattowitz , the oldest of four highly educated sisters, Kaethe, Edith, Franziska and Henny Glaser.

All four were sent to concentration camps. Only the youngest Henny and her daughter Sybilla survived . All the seven children of the three married sisters fortunately survived the War.

Three of the sisters, Kaethe, Edith and Henny married men from Breslau, now Wroclaw in Poland. Franziska never married.

My Grandfather, Kaethe’s husband, Professor Dr. Walter Hannes was a renowned gynaecologist and obstetrician in Breslau. Kaethe and Walter lived an assimilated Jewish middle class life in Breslau, where my grandfather Walter died of cancer in 1936 .

Their oldest child , my mother Anna Amalia [known as Annema], left Breslau in the same year and moved to the Netherlands . There she obtained work as a laboratory assistant. Annema had had a brilliant school career cut off by the Nazis. She was hoping to continue the family medical tradition, following her father, grandfather and great grandfather all of whom had been doctors, but it was not be. My mother would have been thrilled to know that her granddaughter Tamar has continued the tradition, as a consultant paediatrician in England

Kaethe’s two sons, my mother’s younger brothers Wilfred and Maru, were fortunate to be taken in by a childless American Jewish family in Spokane , Washington and both joined the US Army before the end of the War.

Kaethe, now widowed, left Breslau after her husband’s death and joined my mother in the Netherlands. My mother at the age of 19 met and married a young German Jewish businessman Herbert Friedmann in Amsterdam in September 1936. They had a daughter Eva Therese in 1937 and all three managed to leave the Netherlands and settle in England just before the outbreak of war in 1939.

Sadly they were unable to take Kaethe with them. Eve’s first language was Dutch, but sadly today she has lost her ability to speak or understand the language having left Amsterdam when she was not quite three years old[she still speaks four languages].

On that fateful day the Germans invaded the Netherlands, 10th May 1940, not only did Winston Churchill become Britain’s Prime Minister, but also I was born in London. Sadly Kaethe never even saw me. All of Kaethe’s other six grandchildren were born after 1945.

Kaethe, now without her family, moved between Amsterdam Hilversum and Leiden and in September 1943 was taken into the Westerbork transit camp.

At the age of 53 Kaethe was transferred by rail to Auschwitz extermination camp where she was sent to the gas chambers on the day of her arrival 19th November 1943.”

 

Vertaling:

 

“Mijn grootmoeder Käthe werd in 1890 geboren in Kattowitz, als oudste van vier hoog opgeleide zussen, Käthe, Edith, Franziska en Henny Glaser.

Alle vier werden ze naar de concentratiekampen gestuurd. Alleen de jongste Henny en haar dochter Sybilla overleefden. Alle zeven kinderen van de drie getrouwde zussen overleefden gelukkig de oorlog.

Drie van de zusters, Käthe, Edith en Henny trouwden met mannen uit Breslau, nu Wroclaw in Polen. Franziska is nooit getrouwd.

Mijn grootvader, Käthe’s echtgenoot, Professor Dr. Walter Hannes was een gerenommeerd gynaecoloog en verloskundige in Breslau. Käthe en Walter leefden een geassimileerd Joods middenklasse leven in Breslau, waar mijn grootvader Walter aan kanker overleed in 1936.

Hun oudste kind, mijn moeder Anna Amalia [bekend als Annema], verliet Breslau in datzelfde jaar en verhuisde naar Nederland. Daar kreeg ze werk als laborante. Annema had een briljante schoolcarrière gehad die door de nazi’s was afgebroken. Ze hoopte de medische traditie van haar familie voort te zetten, in navolging van haar vader, grootvader en overgrootvader die allemaal arts waren geweest, maar het zat er niet in. Mijn moeder zou opgetogen zijn geweest te weten dat haar kleindochter Tamar de traditie heeft voortgezet, als consulent kindergeneeskunde in Engeland.

Käthe’s twee zonen, mijn moeders jongere broers Wilfred en Maru, hadden het geluk te worden opgenomen door een kinderloos Amerikaans-Joods gezin in Spokane, Washington en beiden gingen voor het einde van de oorlog in het Amerikaanse leger.

Käthe, nu weduwe, verliet Breslau na de dood van haar man en voegde zich bij mijn moeder in Nederland. Mijn moeder ontmoette op 19-jarige leeftijd een jonge Duits-Joodse zakenman Herbert Friedmann en trouwde met hem in Amsterdam in september 1936. Zij kregen een dochter Eva Therese in 1937 en alle drie slaagden zij erin Nederland te verlaten en zich in Engeland te vestigen vlak voor het uitbreken van de oorlog in 1939.

Helaas konden ze Käthe niet meenemen. Eva’s eerste taal was Nederlands, maar helaas kan zij die taal vandaag de dag niet meer spreken of verstaan, omdat zij Amsterdam verliet toen zij nog geen drie jaar oud was (zij spreekt nog vier talen).

Op die noodlottige dag dat de Duitsers Nederland binnenvielen, 10 mei 1940, werd niet alleen Winston Churchill minister-president van Groot-Brittannië, maar werd ik ook in Londen geboren. Jammer genoeg heeft Käthe me nooit gezien. Alle andere zes kleinkinderen van Kaethe zijn na 1945 geboren.

Käthe, nu zonder haar gezin, verhuisde tussen Amsterdam Hilversum en Leiden en werd in september 1943 naar in het doorgangskamp Westerbork gedeporteerd.

Op 53-jarige leeftijd ging Käthe per trein naar het vernietigingskamp Auschwitz, waar zij op de dag van haar aankomst 19 november 1943 naar de gaskamers werd gestuurd.”

 

 

Joodsmonument: Käthe Hannes-Glaser
Leiden4045: Käthe Hannes-Glaser

 

Fotoverslag van 15 juni 2022.

 

De Stichting dankt de gemeente Leiden, de Universiteit Leiden en de particulieren (de aanwezigen en zij die financiële steun gaven) voor het steunen en mede mogelijk maken van deze plechtigheid op 15 juni 2022.