Noten

Terug naar het overzicht

Noten:
i Letterlijk: ‘schuilplaats voor wezen’, de Hebreeuwse term voor ‘weeshuis’ . ‘Toevlucht voor het kind’ (Misgab lajeled) was de naam van de (Amsterdamse) vereniging die was belast met de voogdij over de kinderen.
ii Tijdens Soekot leven joden tijdelijk onder de blote hemel, in een ‘loofhut’. Zo staan zij stil bij de kwetsbaarheid van ons menselijke bestaan, door zich in te leven in het volk Israel in de woestijn. Voor de bedekking van de ‘loofhut’ bestaan specifieke richtlijnen voor een juist (koosjer) gebruik ervan.
iii Psalm 126. Deze psalm wordt op sjabbat en op joodse feestdagen gezongen na de maaltijd, voor het dankgebed (Birkas Hamazoun)
iv De Sjabbat begint officieel bij zonsondergang (shkiah), in plaats van bij invallende schemering, zodat bewolking er niet voor kan zorgen dat de sjabbat eerder intreedt. Veel joodse gemeenschappen hebben de gewoonte om 18 minuten voor zonsondergang de Sjabbat kaarsen aan te steken. Tijdens deze 18 minuten kunnen klokken en horloges iets vooruit gezet worden, zodat niemand de Sjabbat per ongeluk te laat zal beginnen. De Sjabbat eindigt als het volledig donker is geworden, wat je kunt afzien aan drie sterren die aan de hemel staan. In de winter kan de Sjabbat dus al om half vijf ’s middags beginnen.
v De joodse wet schrijft voor de Sjabbat drie maaltijden voor. De eerste op vrijdagavond, de tweede na de zaterdagochtenddienst (meestal rond 11:30), en de derde in de namiddag. Voor jonge kinderen wordt er vaak een uitzondering gemaakt op de regel niet te ontbijten. Ook een lichte versnapering voor volwassenen is tegenwoordig toegestaan. Tussen de tweede en de derde dienst zit doorgaans een pauze van 30 minuten. In veel gemeenschappen is het gebruikelijk om dan gezamenlijk wat te eten en te drinken. Hans Kloosterman schrijft dat de kinderen uit het weeshuis tijdens de pauze terug naar het weeshuis gingen voor de thee.
vi Het gekookte ei dat tijdens Pesach wordt gegeten herinnert aan het offer dat gebracht werd in de tempel in Jeruzalem.
vii Nieuw paasservies (aleen te gebruiken met Pesach) wordt ingewijd met water uit de natuur, zoals een rivier of de zee. Dit wordt doorgaans gedaan in de Mikweh (het rituele bad).
viii Het vasten de dag voor Pesach wordt alleen van de eerst geboren zonen (van hun moeder) verwacht, om eraan te herinneren dat de eerst geboren zonen van het volk Israel werden gespaard tijdens de tiende en laatste plaag waarbij alle eerst geboren zonen van de Egyptenaren stierven. In de praktijk duurt dit vasten meestal niet de hele dag, aangezien er na het afronden van een joodste tekst een feestelijke maaltijd gebruikt mag worden. De bestudering van deze tekst wordt dan tijdens het ochtendgebed afgerond.
ix Het zoeken naar de verstopte stukjes brood staat symbool voor de inspanning om voor de aanvang van het feest al het oude brood uit het huis te hebben weggedaan. De volgende morgen worden het oude brood verbrand.
x ‘Mishnan Hajaddeen’ moet wellicht ‘Mishkan Hajardeen’ zijn, wat ‘huis/toevluchtsoord van de Jordaan’ betekent, of Misjmar Hajardeen, wat ‘Wachter van de Jordaan’ betekent.
xi Kohein oftewel Cohen, betekent ‘behorend tot het priestergeslacht’. Als jood ben je ofwel cohen, ofwel leviet (uit de stam van Levi) of een ‘gewone’ jood (Yisrael). Cohens kunnen alleen als eerste of als achtste worden opgeroepen om tijdens de dienst uit de Tora (joodse bijbelboeken) te lezen.
xii Een sefardische jood is van Spaanse of Portugese afkomst. Sefardische joden leefden doorgaans in eigen gemeenschappen, gescheiden van Askenazische gemeenschappen (Joden uit vnl. Oost-Europa).
xiii Gnouzier Daliem betekent letterlijk ‘ondersteunen van de armen’

 

Ga terug naar het overzicht van Machseh Lajesoumim: het verhaal